Lezing: Hebreeën 11: 1-16 en 12: 1, 2
Geloof is de zekerheid dat alles waarop we hopen werkelijkheid wordt, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. 2Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. 3Door geloof komen we tot het inzicht dat het heelal door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare.
4Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige – God zelf liet zich prijzend uit over zijn gaven –, en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven. 5Door zijn geloof werd Henoch naar elders overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem had weggenomen. Hij stond immers al vóór zijn opneming bekend als iemand die God welgevallig was. 6Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat en dat Hij beloont wie Hem zoeken. 7Door zijn geloof bouwde Noach, toen God hem een aanwijzing had gegeven over wat er stond te gebeuren maar nog voor niemand zichtbaar was, vol ontzag een ark om zijn familie te redden. Zo veroordeelde hij de wereld en viel de gerechtigheid die voortkomt uit geloof hem als erfenis ten deel.
8Door zijn geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg naar een plaats die hij als erfenis zou ontvangen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen. 9Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten 10omdat hij uitzag naar de stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd. 11Door haar geloof ontving ook Sara, hoewel ze onvruchtbaar was gebleven en niet meer in de bloei van haar leven was, de kracht om een kind voort te brengen, en wel omdat ze vertrouwde op degene die de
belofte had gedaan. 12Zo bracht één man, wiens kracht al gestorven was, ontelbaar veel nakomelingen voort, zo veel als er sterren aan de hemel zijn en zand op het strand langs de zee.
13Zij allen zijn in geloof gestorven; wat hun beloofd was hebben ze geen werkelijkheid zien worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten. 14Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland. 15En daarmee bedoelden ze niet het vaderland waaruit ze weggetrokken waren, anders waren ze daarheen wel teruggekeerd. 16Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter vaderland: het hemelse. Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft Hij voor hen een stad gereedgemaakt.
12: 1Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij elke last van ons afwerpen, evenals de zonde waarin we steeds weer verstrikt raken, en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt. 2Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: met de vreugde voor ogen die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis verdragen en de schande ervan aanvaard, en heeft Hij zijn plaats ingenomen aan de rechterzijde van de troon van God.
Overdenking: Reisgenoten
Sommige dingen hebben emotionele waarde. U heeft ongetwijfeld spulletjes, misschien zelfs nog wel sieraden, die van een dierbare zijn geweest. Zo draag ik een ring met daarop een oorknopje van mijn oma, ik heb een ketting van mijn moeder en ook nog een paar oorknopjes. En altijd als ik daarnaar kijk of als ik het omdoe, dan gaat er toch nog even een herinnering door me heen.
Herinneringen zijn niet altijd positief, maar ik ben dankbaar dat ik herinneringen meedraag aan hun liefde, hun geloof, hun zorgzaamheid en door even naar die sieraden of andere spulletjes te kijken, realiseer ik me dat ze soms ook een voorbeeld zijn in bepaalde opzichten en dat voelt dankbaar.
Gisteren zijn in veel kerken de namen genoemd van overleden dierbaren. Ook hebben we hier in de kerkdienst stilgestaan bij Eeuwigheidszondag, want zo wordt de zondag genoemd. En ook op 2 november, Allerzielen, zijn namen genoemd in verschillende kerken. En als namen niet genoemd zijn, omdat een overlijden al langer is geleden, toch herinneren we ons de namen en gedenken we op die manier ook geliefden.
Misschien heeft u wel eens gehoord van de naam Henri Nouwen. Henri Nouwen was een Nederlandse katholieke priester. Hij is naar Amerika gegaan als docent aan Amerikaanse universiteiten. Hij heeft zijn leven drastisch veranderd toen hij in contact kwam met een gemeenschap voor gehandicapten in Canada en daar is hij als pastor gaan werken. Henri Nouwen schreef een bekend boek over de verloren zoon.
Henri Nouwen schreef in één van zijn boeken: “Als we onze doden in herinnering houden, dan betekent dat dat we hun inspiratie in ons dagelijks leven toelaten. De doden gedenken betekent dat we kiezen voor hun blijvende gezelschap”.
We hebben zojuist gelezen uit Hebreeën 11. We hebben slechts een gedeelte gelezen. Er worden heel veel namen genoemd van mensen uit het Oude Testament. Geloofshelden worden ze ook wel genoemd. Mensen met bekende en minder bekende geschiedenissen, die de weg van het geloof zijn gegaan. Vaak wegen met hobbels, kuilen, gevaarlijke wegen, omwegen. In een oudere vertaling worden ze ‘een wolk van getuigen’ genoemd. Hun geloofsweg mag een getuigenis voor ons zijn, maar ook kunnen zij getuige zijn van onze zoektocht, onze weg met hobbels en andere oneffenheden. Hun voorbeeld, hun verhalen die wereldwijd al eeuwenlang zijn gelezen, gaan als een soort reisgenoot met ons mee. Onzichtbaar, maar de verhalen vormen ons wel. Net als die herinneringen aan bijzondere dierbaren uit ons eigen leven. Zo gaan onze dierbaren toch nog als een soort reisgenoot met ons mee.
Na de opsomming van namen in Hebreeën 11, waar wij een klein gedeelte van hebben gelezen, volgen de verzen uit Hebreeën 12: “1Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij elke last van ons afwerpen, evenals de zonde waarin we steeds weer verstrikt raken, en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt. 2Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: met de vreugde voor ogen die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis verdragen en de schande ervan aanvaard, en heeft Hij zijn plaats ingenomen aan de rechterzijde van de troon van God.” In dit gedeelte gaat het over volhouden, als een soort wedstrijd, een wedloop, waar we aangemoedigd worden. Aangemoedigd, onder andere door de geloofsgetuigen uit het voorgaande hoofdstuk.
Volhouden. Dat is best een gevoelig woord. Als je te maken hebt met rouw en verdriet, dan wordt die vraag of opmerking wel eens gemaakt: kun je het een beetje volhouden of de opmerkingen: Volhouden hè! Het leven gaat verder, maar zelf zit je in een enorm verdriet. Hoe houd ik het vol, die vraag kan je bezighouden. Je wilt volhouden, maar het gemis is zo groot, dat je geen idee hebt hoe je moet volhouden. Heel begrijpelijk! De lezingen van vandaag lijken de leegte van het gemis te willen omdraaien naar hun aanmoediging om verder te gaan. Opgeven is geen optie. Houd vol.
In ons leven worden we omringd door een menigte van geloofsgetuigen. Mensen die voor ons een voorbeeld zijn. Ze moedigen ons als het ware aan om door te gaan. Niet op te geven in die wedloop die we lopen. De ‘oude’ Bijbelse geloofsgetuigen, die ons leren wat vertrouwen is. Vertrouwen dat het goed komt, ook al lijkt het daar nog helemaal niet op. Zoals het wordt beschreven zitten zij op een soort tribune en moedigen ons aan. Hou vol, heb vertrouwen. God zal doen wat Hij heeft beloofd, ook al lijkt het daar nu nog niet op.
En naast die bekende geloofshelden, die namen uit de grote Bijbelverhalen, daar zijn ook de geliefden, ieder met Hun eigen verhaal, waarom hij of zijn een voorbeeld is geweest in geloof, in liefde, in zorgzaamheid. Verhalen die wij mogen delen met de mensen van nu. Namen die we nog steeds met dankbaarheid mogen noemen, herinneringen die we mogen koesteren en geloof wat we weer mogen doorgeven.
Reisgenoten lopen soms een stukje mee en zijn dan weer een poosje afwezig. Zo is het ook met het gemis en met de herinneringen. Ze zijn er het ene moment wat meer dan het andere, maar ze reizen met ons mee.
Zo is er ook die Reisgenoot met een hoofdletter. In alles wat ons bezighoudt, in het gemis en verdriet reist Hij mee, met zijn Raad en Troost en Zegen. Daardoor kunnen we het volhouden. AMEN
Gebed: (door André F. Troost)
Hemelse Vader, Heer van al wat leeft, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U
God van levenden en van doden – denkend aan wie zijn heengegaan roepen wij U aan.
Wij danken U voor wat U schonk in wie van ons ging –onze gedachten zijn vol herinnering aan dagen en jaren, aan goed en kwaad: hartverwarmende woorden, liefdevolle daden, maar ook tekorten en gebreken,wel en wee, voor- en tegenspoed.
Wij bidden U: dat de dood ons het geloof in Uw toekomst niet zal ontnemen,
dat onze hoop en onze liefde zullen opvlammen als fakkels in een donkere nacht;
dat niet de vrieskou van de dood maar de gloed van Pasen ons voor de geest zal staan.
Hemelse Vader, God van al wat leeft, in Uw hoede schuilen wij – berg ons
in de palmen van Uw hand ter wille van Uw Zoon die de opstanding en het leven is.
AMEN