Gods Tien Woorden brengen muziek in ons leven – het 2e gebod

1e lied: Luister naar het woord – Psalm 81: 4,6 (GKB) en 11,12 (OB)

4 Luister naar het woord, / door God zelf gesproken: “Ik heb u verhoord, / van uw last bevrijd. ‘t Juk der dienstbaarheid / is door Mij verbroken.

6 Hoor, o Israël, / leef naar mijn geboden. Dit is mijn bevel: / geef geen afgod eer, buig u nimmer neer / voor de vreemde goden.

11 Ik, Ik ben de HEER; / ‘k ben uw God, die heilig ijver voor mijn eer; / die u door mijn hand uit Egypteland / leidde, vrij en veilig.

12 Opent uwe mond / eist van Mij vrijmoedig, op mijn trouwverbond. / Al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij ‘t smeekt, / mild en overvloedig.”

Bijbel: Exodus 20: 4-6 (NBV21) 4 Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets

dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. 5 Kniel er niet voor neer en vereer ze niet, want Ik, de HEER, uw God, duld geen ontrouw. [NBG 1951: Ik ben een naijverig God…; NBV 2004: Ik duld geen andere goden naast mij.] 6 Als ouders Mij haten en zondigen, roep Ik hun kinderen daarvoor ter verantwoording, tot in het derde en vierde geslacht; maar als ze Mij liefhebben en doen wat Ik gebied, bewijs Ik mijn trouw tot in het duizendste geslacht. [NBG 1951: …die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden. NBV 2004: … Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze Mij haten; maar als ze Mij liefhebben en doen wat Ik gebied, bewijs Ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.

Overdenking: God heeft hartstochtelijk lief en is groter dan welk (denk)beeld ook! (2e gebod)

Bij de tuincentra zijn ze populair: de beelden die je van een Boeddha kunt kopen. Ze zien eruit als een gezellige, vriendelijke goedzak. Je kunt ze in heel wat huiskamers terugvinden. Maar niet zo gauw bij christelijke mensen. Misschien wel vanwege het tweede gebod, dat gaat over afgodsbeelden: maak ze niet, kniel er niet voor neer om ze te vereren. Want die Boeddhabeelden worden in het oosten wél degelijk vereerd!

Het 2e gebod is zo’n gebod, waarvan wij zeggen: dat doen wij toch niet?! Nederlanders zijn nuchter, net als Groningers en Zeeuwen van wie men zegt: ‘die zijn uit de klei getrokken’. Nu, God heeft óók de Israëlieten uit de klei getrokken! Uit de klei, waarvan Israël in Egypte stenen moest bakken en waarvan men daar ook afgodsbeelden maakte! In Kanaän maakten de Filistijnen ook afgodsbeelden: bekend zijn Baäl, god van de regen en bliksem, en Astarte of Asjera, godin van de vruchtbaarheid.

In tijden van droogte of hongersnood bracht men die offers, in de hoop op betere tijden. Het erge was: Israël nam het over, tot ergernis van God!

Het tragische van afgodsbeelden is, dat men dacht God hiermee in de vingers te hebben. Ja, dat je Hem ermee kon manipuleren of voor je karretje te spannen.

Maar God zegt: ‘Nee, géén beelden van Mij! Dien mij, zoals Ik het wil.

Probeer Mij niet te vangen in een beeld of denkbeeld.’

Psalm 115 zegt van afgodsbeelden nuchter: ‘Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken; hebben ogen, maar kunnen niet zien; oren, maar kunnen niet horen; een neus, maar kunnen niet ruiken. Zoals zij, zo worden ook hun makers.’ Ook andere Psalmen (81, 97, 106, 135) waarschuwen voor het vereren van afgoden. Er zit géén muziek in het vereren van vreemde goden; integendeel: ’t klinkt vals!

Paulus stuitte later op z’n zendingsreizen ook op verering van godenbeelden van Zeus, Diana, Artemis. In Europa knielde men voor Wodan, Donar en Freia. Vandaag buigen figuurlijk velen zich voor de afgoden Auto, Alcohol, Geld, Eerzucht, Macht, Schoonheid, Seks, Voetbal, Welvaart, Werk enz. Zonder sommige kun je niet, maar als ze belangrijker zijn dan God, zijn ‘t mijn afgodsbeelden geworden. Daar kan God niet tegen. Toen en nu niet.

Waarom niet? Omdat onze God geen ontrouw duldt (NBV21). Vroeger stond er: “Ik ben een na-ijverig / jaloers God.”. Dat klonk niet goed: jaloezie vinden wij een slechte eigenschap, die relaties bij mensen flink kan bederven en kapot maken. Is God jaloers? Nee, niet zoals wij dat kennen, want daar zit geen muziek in. Wél als je zegt: God is vurig, hartstochtelijk! God zegt niet tegen zijn volk: “Ik heb je uit de slavernij bevrijd; réd je nu maar. Het maakt niet uit of je Mij eert, de levende God, of dode goden van hout en steen.” Nee, God zet zich met hart en ziel voor mensen in! Daarom raakt ‘t Hem diep als wij zijn liefde en trouw beantwoorden met haat, onverschilligheid en ontrouw. God komt ons – oude vertaling – ‘bezoeken’. Dat heeft iets van verontwaardiging, van aansprakelijk stellen, straffen zelfs. Maar vooral laat ‘t Gods hartstocht zien. Zoals toen God Adam en Eva na de zondeval opzocht en vroeg: “Waar ben je?” Wonderlijk, God ging en gaat door met de mens, ook al werd die ontrouw. Dat deed Hij ook met Israël! Hoe vaak ging ’t er mis. Toch bleef God hen opzoeken en ‘bezoeken’. Juist daarom waarschuwt Hij om niet een verkeerd beeld – of denkbeeld – van Hem te maken of geven.

Misschien kreeg u vroeger een beeld van God mee van hardheid en strengheid. Soms leidde dat tot afhaken: wég met zo’n God! Anderen kregen een beeld mee vn een toegeeflijke God, die alles wel goed vindt. Daardoor lieten ze Bijbel lezen, bidden en kerkgang na. Met gevolgen soms ook voor het 2e, 3e en 4e geslacht!

Zijn kinderen en kleinkinderen dan de dupe van onze tekortkomingen en zonden?

Dat is niet eerlijk. Ieder mens is toch zelf verantwoordelijk voor zijn daden? Zeker! Toch waarschuwt God: wees je bewust hoe jouw fouten of nalatigheden negatief kunnen doorwerken. Besef je voorbeeldfunctie. Hartstochtelijk zegt God: haat Mij niet, maar aanbid Mij! Onthoud Mij niet de liefde die Ik verdien. Nee, God straft niet zomaar. Dat lees ik in Ezechiël 18: één vers haal ik er vooral uit (v. 23): ‘Denken jullie dat Ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? – spreekt de HEER. Nee, Ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft’.

Ook al heb ik mijn vragen, dit klinkt mij als muziek in de oren. Dat goede nieuws klinkt ook in het slot van het 2e gebod: ‘als ze Mij liefhebben en doen wat Ik gebied, bewijs Ik mijn trouw tot in het duizendste geslacht.’ Wat een vérstrekkende belofte: “Gods barmhartigheid strekt zich verder uit dan zijn toorn” (Ursinus, Catechismus). De muziek van het 2e gebod zit er in dat God ook óns bezoekt, in Jezus Christus. Hij is ‘beeld van God, de onzichtbare, en door Hem heeft God alles met zich willen verzoenen door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis’ (Kolossenzen 1:15,20). Wij mogen ook steeds meer op Jezus gaan lijken. Zoals van Hem gold: Zo Vader, zo Zoon, zo mag ook voor ons gelden: Zo Christus, zo christen. Denk aan het bekende lied: “O Vader, dat uw liefde ons blijk, / o Zoon, maak ons úw beeld gelijk. o Geest, zend uwe troost ons neer. / Drie-enig God, U zij al d’ eer” (LvdK 383:7) Amen

2e lied: Komt, laat ons samen Isrels HEER – Psalm 95: 1 (OB) en 2,3 (GKB)

1 Komt, laat ons samen Isrels HEER, / de rotssteen van ons heil, met eer, met Godgewijde zang ontmoeten. / Laat ons zijn gunstrijk aangezicht met een verheven lofgedicht / en blijde psalmen, juichend groeten.

2 De HEER is groot, een God vol kracht, een Vorst in majesteit en macht ver boven elke god verheven. De diepste plaats is in zijn hand, van Hem zijn bergen, zee en land, Hij heeft ze hun bestaan gegeven.

3 Komt, knielen wij voor God, die leeft, / voor Hem, die ons geschapen heeft: Hij wil ons als zijn kudde weiden. / Och, hoort toch heden naar zijn stem, u bent zijn schapen, volgt dan Hem: / zijn hand slechts kan u veilig leiden.

Gebed:

Goede God in de hemel,

U bent groot, en vol goedheid, liefdevol, genadig en hartstochtelijk. U bent heilig en zuiver, U duldt geen kwaad of onrecht. Geef dat wij U niet proberen anders voor te stellen dan U bent. U bent zoveel groter dan wij, U bent man noch vrouw, U overstijgt die en zo hebt U ons geschapen naar uw beeld, als man en vrouw. Wij kennen U als hemelse Vader van vele kinderen, en zo mogen wij U aanspreken. Maar ook moederlijke eigenschappen zijn U eigen, als U zegt: ‘Zoals een moeder haar zoon troost, zo zal Ik jullie troosten (Jes. 66:13). Ook mogen we rust vinden bij U, ‘zoals een kind stil is bij z’n moeder’ (Psalm 131:2). U bent niet in één beeld te vangen! Heer, help ons U liefhebben, dienen en trouw blijven, ook op onze oude dag. Geef dat ook aan ons nageslacht. We bidden U om omkeer bij wie er afhaakten. Laat het zaad dat we vroeger in gebrekkigheid zaaiden in onze gezinnen, vrucht dragen tot eer van uw naam. Bewijs ons uw trouw en barmhartigheid. Gedenk wie eenzaam, verdrietig of ziek zijn. Steun wie de moed dreigen te laten zakken, of wie gebukt gaan onder hun situatie. Wil door uw Geest ons steeds meer vernieuwen naar het beeld van Christus. Laat uw koninkrijk komen! In Jezus’ naam, Amen