Westerkim weekopening

Maandag 20 april 2026

Thomas vindt weer vrede bij zijn Heer en God – en u? (Johannes 20: 19-31)

1e lied: Psalm 89

 

Bijbel: Johannes 20: 19-31 (NBV21) Jezus verschijnt aan zijn leerlingen

19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; uit angst voor de Joden hadden ze de deuren op slot gedaan. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie!’

20 Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zij. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.

21 Nog eens zei Jezus: ‘Vrede zij met jullie! Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’ 22 Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest.

23 Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’ 24 Een van de twaalf, Thomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam.

25 Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’

26 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Vrede zij met jullie!’ zei Hij, 27 en daarna richtte Hij zich tot Tomas:

‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’

28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’

29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

30 Jezus heeft in het bijzijn van zijn leerlingen nog veel meer tekenen verricht, die niet in dit boek staan, 31 maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven ontvangt in zijn naam.

 

Overdenking: Thomas vindt weer vrede bij zijn Heer en zijn God – en u?

Thomas wordt vaak herinnerd aan zijn bijnaam: de ‘ongelovige’. Zijn naam is zelfs spreekwoordelijk geworden voor iemand die alles betwijfelt en eerst bewijs wil zien: ‘eerst zien en dan geloven’. Toch doet die bijnaam Thomas tekort. Hij was geen cynicus, maar iemand die tijd nodig had om tot Paasgeloof te komen.

Over Thomas lezen we weinig in de Bijbel. Hij is één van Jezus’ twaalf leerlingen. Zijn naam duikt op in Johannes 11 bij het verhaal over Lazarus, die gestorven is. Wanneer Jezus besluit naar Bethanië te gaan, naar de rouwende zussen Maria en Martha, protesteren de leerlingen: “Rabbi, waarom dáárheen? De Joodse leiders in Jeruzalem willen U doden!” Ineens horen we Thomas: “Laten we dan maar gaan, om met Hem te sterven.” (11:16) Het klinkt somber, maar ook loyaal: Thomas volgt Jezus, zelfs als hij Hem niet begrijpt. Hij is erbij als de dode Lazarus op Jezus’ bevel levend uit het graf tevoorschijn komt. Toch valt nu het Paasgeloof hem zwaar.

Hoe komt Thomas aan zijn bijnaam van ‘ongelovige’?

Thomas had gezien hoe mensen massaal op Jezus waren afgekomen. Jezus sprak gloedvol over Gods koninkrijk, over zonde en vergeving en vrede. Onrecht durfde Hij aan de kaak te stellen. Hij genas zieken en zocht tollenaars en zondaars op.

Velen hadden ervaren hoe Jezus’ boodschap heilzaam doorwerkte. Ze hoopten dat Hij de Joden zou bevrijden van de Romeinen. Met Palmzondag leek dat moment te komen. Maar binnen een week was ’t gedaan met Jezus en stierf Hij aan het kruis. Einde verhaal. Precies waar Thomas al bang voor was!

Net als de andere leerlingen was Thomas gevlucht na het verraad door Judas.

Hij had Jezus niet meer gezien. En op Paasdag was hij er niet bij, toen Jezus aan de leerlingen verscheen. Later zeggen ze tegen hem: “We hebben de Heer gezien!” Maar Thomas kan het niet aannemen: “Alleen als ik de littekens zie en voel, kan ik geloven!” (v. 25) Zo werd hij voor altijd: de ongelovige Thomas!

Hoe hardnekkig kunnen bijnamen zijn. We plakken ze op mensen en raken ze moeilijk kwijt: die chagrijnige man, die irritante vrouw, die hoogmoedige enz.!

We houden eraan vast, óók als iemand later veranderd is.

Ook Thomas blijft zijn etiket houden. Toch verdient hij dat niet. Want kijk, de leerlingen zoeken hem op en… veroordelen hem niet. Ze kennen zijn vragen, maar laten hem merken: je hoort erbij! Thomas had al eerder gezegd: “Heer, wij weten niet waar U heen gaat.” (14:5) Twijfel is hem niet vreemd. Dat is herkenbaar.

Zijn wij niet vaak net als Thomas? Het éne moment staan we sterk in ons geloof.

Het andere moment – bij ziekte, verdriet of teleurstelling – raken we alles kwijt.

Dan slaan twijfels toe en voelt geloof broos of ver weg. Ieder mens draagt littekens met zich mee. Daardoor zetten we soms vraagtekens bij Pasen: “Nu vangt het nieuwe leven aan, jaagt de dood geen angst meer aan…”

‘O ja? Wat zie en merk ik ervan?’ Hoe waardevol is ‘t dan, als mensen je opzoeken, laten merken: je hoort erbij!

Pasen kan te mooi, te hemels klinken. Dan vergeten we dat Jezus zwaar geleden heeft. Een uitlegger schreef: “Thomas vraagt niet bewijs dát Jezus is opgestaan.

Hij wil weten of de opgestane Heer dezélfde is als de gekruisigde Jezus. In een opgestane Heer zònder littekens kan Thomas niet geloven!”

Een week later is Thomas wél bij de leerlingen. Jezus verschijnt opnieuw en herhaalt zijn groet: “Vrede zij met jullie!” Dat is de kern van zijn missie: Gods vrede brengen. (Romeinen 5:1) Dat wordt ook de missie van zijn leerlingen (v. 20-21)

En daar hoort Thomas ook bij! Jezus weet wat Thomas eerder zei en zegt: Kijk, voel maar, Ik ben ‘t echt: de gekruisigde! “Wees niet ongelovig maar geloof.” (v. 27) Thomas hoeft niet meer te controleren. De gekruisigde ís de Levende en overweldigd roept hij uit: “Mijn Heer en mijn God!” (v. 28)

Laten we daarom níet blijven spreken over de ‘ongelovige’ Thomas. Let liever op Jezus’ felicitatie: “Gelukkig wie niet zien, en tóch in Mij gelóven.” (v. 29) Dat geldt ook voor ons. Want, “wie gelooft, zal léven door zijn naam.” (v. 31) Dat is een bemoediging voor mensen met littekens. Jezus kent ook onze wonden. Hij voelt zich betrokken op ons lijden, twijfelen en zoeken.

Ons geloof slingert vaak heen en weer tussen hoop en wanhoop, ongeloof en geloof, verzet en overgave. Tussen Goede Vrijdag en Paasmorgen. De kerk is geen halleluja-eiland, maar een veldhospitaal voor gewonde mensen, die bij de gekruisigde en opgestane Heer balsem voor hun wonden zoeken. (beeld van veldhospitaal is van paus Franciscus, overleden in 2025) Wat leert het verhaal van Thomas ons?

Dat er een ‘toekomst vol van hoop’ is, ook als je die nu nog niet ziet of ervaart. Johannes schreef dit op, zodat wij – soms aangeslagen door nood en eenzaamheid – mét Thomas durven zeggen: “Mijn Heer en mijn God!”

Thomas vond de vrede van Christus terug. En u / jij? Die vrede gunt onze Heer ieder, die leeft met vragen en twijfels: dat je vrede vindt bij Hem die jou gevonden heeft.

Zing maar mee: ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God!

En ontvang léven en vrede in Jezus’ naam!

Amen

 

2e lied: Lied 188 (ELB) met eigen aanvullend vers 2

 

Gebed

Heer onze God, Dank U wel voor uw woord. Dank U ook voor Thomas. Deze twijfelaar bracht U tot die gelovige belijdenis van: Mijn Heer en mijn God. Breng ons ook weer tot die belijdenis. Dank U dat U ook ons kent, en onze littekens. Als U in uw handen kijkt, Here Jezus, ziet U uw littekens. Denk aan ons en kom ons te hulp: U die onze zwakheid en twijfels aanvoelt en kent. Soms is de glans eraf in ons leven. Soms slingert alles heen en weer. We bidden dan mee met iemand die eens tegen U zei: ‘Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp’. (Marcus 9:24) Wees ons nabij bij vragen en twijfels, bij bergen en dalen, ziekten en beperkingen. Wees met wie ons lief zijn als familie, vrienden, bekenden, gemeenteleden.

Geef ons komende week wat we nodig hebben: kracht, vreugde, moed en bovenal uw vrede die boven ons verstand uitgaat. (Filippenzen 4:7) Sterk mensen die leiding geven in de plaatselijke, provinciale en landelijke politiek. Help mensen op belangrijke posten in de zorg, het zakenleven, het onderwijs en de media. Wilt U ook in onze tijd mensen tot geloof brengen in U, onze Heer en God, opdat zij leven en vrede krijgen. En laat uw spoedig komen. Dan zullen wij samen met U mogen wonen, leven en zingen dat ’t een lieve lust is. In Jezus’ naam, Amen

Hartelijke groet, Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim