Ronde 1 – Maak het spreekwoord af
-
Wie het eerst komt, …
-
Hoge bomen …
-
De appel valt niet ver …
-
Als het kalf verdronken is, …
-
Beter één vogel in de hand …
-
Al doende …
-
Wie A zegt …
-
Van uitstel komt …
-
Wie zijn billen brandt …
-
Morgenstond heeft …
Ronde 2 – Wat betekent het?
Kies het juiste antwoord.
-
Iemand in de maling nemen
a) Iemand helpen
b) Iemand voor de gek houden
c) Iemand bellen -
Met de deur in huis vallen
a) Meteen ter zake komen
b) Per ongeluk vallen
c) Te laat komen -
Het ijs breken
a) Schaatsen
b) Een gesprek beginnen
c) Water koud maken -
De spijker op de kop slaan
a) Iets precies goed zeggen
b) Timmeren
c) Iets laten vallen -
Door de mand vallen
a) Betrapt worden
b) Boodschappen doen
c) Op de grond zitten
Ronde 3 – Welk woord hoort er niet bij?
-
Tafel – Stoel – Bank – Auto
-
Appel – Peer – Banaan – Aardappel
-
Hond – Kat – Koe – Trein
-
Januari – Februari – Maart – Vrijdag
-
Fiets – Auto – Trein – Banaan
Ronde 4 – Letterspel
Maak een nieuw woord met dezelfde letters.
-
MEEL → (voedsel)
-
STOP → (dier)
-
LEPEL → (deel van het lichaam)
-
BOER → (persoon)
-
STER → (hemel)
Ronde 5 – Algemene taalvragen
-
Hoe noem je iemand die boeken schrijft?
-
Hoe heet een woord dat hetzelfde betekent als een ander woord?
-
Hoe heet een zin met een vraagteken?
-
Hoe heet een woord dat het tegenovergestelde betekent?
-
Welk woord is het meervoud van kind?
✅ Antwoorden
Ronde 1
-
… het eerst maalt
-
… vangen veel wind
-
… van de boom
-
… dempt men de put
-
… dan tien in de lucht
-
… leert men
-
… moet ook B zeggen
-
… afstel
-
… moet op de blaren zitten
-
… goud in de mond
Ronde 2
11. b
12. a
13. b
14. a
15. a
Ronde 3
16. Auto
17. Aardappel
18. Trein
19. Vrijdag
20. Banaan
Ronde 4 (mogelijke antwoorden)
21. ELM (of “meel” → “leem”)
22. Pots / spot / tops (bijv. “spot”)
23. Pel
24. Ober
25. Rest
Ronde 5
26. Schrijver / auteur
27. Synoniem
28. Vraagzin
29. Antoniem
30. Kinderen