Gedicht over Flevoland

In het vlakke land van wind en licht,
waar water ooit de horizon bedicht,
rees uit de zee een jonge grond,
Flevoland ontstond.

De dijken fluisteren dag en nacht,
van mensenhand en stille kracht.
Van polderwegen recht en lang,
tot velden vol van vogelzang.

In Lelystad waait de ruimte vrij,
de lucht trekt eindeloos voorbij.
En bij Oostvaardersplassen in ochtendmist,
voelt stilte als een kostbaar gist.

Hier leeft het land nog jong en nieuw,
met elke zonsopkomst een ander uitzichtsview.
Een provincie uit dromen gemaakt,
door water gewonnen, door trots bewaakt.

Flevoland, land van lucht en meer,
van pioniers van toen en keer op keer.
Een plek die uit de golven kwam,
en wortel schoot in Nederlands stam.