Weekopening Westerkim

Weekopening De Westerkim, maandag 9 februari 2026

Eén wens: wonen in het huis van de HEER, om zijn liefde te zien (Ps. 27:4)

1e lied: Hoe lief’lijk, hoe vol heilgenot – Psalm 84 (OB)

Bijbel: Psalm 27 (NBV21) | 1 Van David.

De HEER is mijn licht, mijn behoud – wie zou ik vrezen?

Bij de HEER is mijn leven veilig – voor wie zou ik bang zijn?

2 Kwaadwilligen kwamen op mij af om mij levend te verslinden,

mijn vijanden belaagden mij, maar zij struikelden, zij vielen.

3 Al trok een leger tegen mij op, mijn hart zou onbevreesd zijn,

al woedde er een oorlog tegen mij, nog zou ik mij veilig weten.

4 Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen, Hem te ontmoeten in zijn tempel.

5 Hij laat mij schuilen onder zijn dak op de dag van het kwaad,

Hij verbergt mij veilig in zijn tent, Hij tilt mij hoog op een rots.

6 Daarom heft zich mijn hoofd fier boven de vijanden rondom mij,

ik wil offers brengen in zijn tent, Hem juichend offers brengen,

ik wil zingen en spelen voor de HEER.

 

7 Hoor mij, HEER, als ik tot U roep, wees genadig en antwoord mij.

8 Mijn hart zegt U na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken,

9 verberg uw gelaat niet voor mij, wijs uw dienaar niet af in uw toorn.

U bent mij altijd tot hulp geweest; verstoot, verlaat mij niet, God, mijn behoud.

10 Al verlaten mij vader en moeder, de HEER neemt mij liefdevol aan.

11-12 Wijs mij uw weg, HEER, leid mij op een effen pad, bescherm mij tegen mijn vijanden, 12 lever mij niet uit aan mijn belagers, aan wie dreigen met geweld. 13 Mag ik niet verwachten de goedheid van de HEER te zien in het land van de levenden?

14 Wacht op de HEER, wees dapper en vastberaden, ja, wacht op de HEER.

Overdenking: Eén wens: wonen in het huis van de Heer…! (Psalm 27:4) Vorige week zeiden we tegen elkaar: ‘De beste wensen’, ‘veel heil en zegen’ of ‘een gezond en gelukkig nieuwjaar!’ Maar wat zijn beste wensen, als je oud bént? Gezond? Ach, mijn gezondheid zal komend jaar eerder minder dan meer worden. Gelukkig? Ach, veel van mijn geluk ligt achter me; ik verloor mijn man of vrouw. Heil en zegen? Dat klinkt christelijker. Maar is wat mij overkwam altijd tot mijn heil? Wat heb ik nog te wensen over? Wat gezelschap om de eenzaamheid te verdrijven. Wat bezigheid om me nuttig te voelen. Wat aandacht en vriendelijkheid om me geliefd te weten. Wat meer vrede in de wereld, en dat ’t goed mag gaan met mijn (klein)kinderen.

David heeft in Psalm 27 ook een wens, waar we komende week mee verder kunnen. Deze Psalm heeft iets merkwaardigs, iets tegenstrijdigs. Net als ons leven kan zijn. Hoop en wanhoop, voor- en tegenspoed, geloof en ongeloof wisselen elkaar af. Neem de eerste helft (v. 1-6) – daar klinken Davids stoere woorden als een belijdenis: ‘De HEER is mijn licht en mijn heil.’ Onverschrokken zegt hij ook: ‘Al trok een leger tegen mij op, ik ben niet bang.’ (v. 2-3) De tweede helft (v. 7-14) klinkt anders, meer als een gebed.

David ervaart God niet zo sterk, ondanks zijn bidden. Hij vraagt om hulp en redding: ‘Verlaat mij niet, wijs mij uw weg, leer mij te wachten op U, HEER.’ (v. 9-14)

Dus: het ene moment sterk, het andere zwak.

Is dat bij ons eigenlijk niet net zo?

Sterke en zwakke momenten wisselen elkaar af.

De ene keer kun je alles aan, de andere keer is zelfs ‘t minste je te veel. Dat herken ik in Psalm 27. Het gaat hier om twee kanten aan dat éne leven. Enerzijds dat vertrouwen; anderzijds ook die vragen.

Daarbij hoort ook het volgende dat opvalt bij Psalm 27. In het 1e deel spreekt David óver de HEER, zijn God als een Hij. In het 2e deel spreekt hij rechtstreeks tót de HEER, als een U. Hoewel… als ‘t spannend wordt, zoekt hij veiligheid bij Gód. Zo begint hij: ‘De HEER is mijn licht, mijn behoud, bij de HEER is mijn leven veilig.’ (v. 1) David maakte deze psalm waarschijnlijk in de tijd dat Saul hem achtervolgde. David moest aldoor vluchten voor kwaadwillige vijanden. Hij komt niet bang over, zoals in Psalm 23 (‘Ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij’). Al zijn er ook psalmen, waarin hij wél bang was (Psalm 6:3; 18:5; 55:5; 56:4).

Van hieruit zie ik een lijn lopen naar Davids grote Zoon, Jezus Christus. In Getsemané was Jezus (Matt. 26:36-56) bedroefd en doodsbang.

Als de mensen met zwaarden en stokken op Hem af komen – ‘al trok een leger tegen mij op’ – zegt Jezus in datzelfde vertrouwen als David: ‘Als Ik mijn Vader aanroep, zal Hij mij twaalf legioenen engelen sturen.’ (v. 53)

Bang voor het lijden om onze zonden, zoekt Hij zijn toevlucht bij zijn Vader, en treedt zó dapper de soldaten tegemoet. Om ons te redden. Opvallend…dat David maar één wens heeft (v. 4): ‘wonen in het huis van de HEER, alle dagen, om de liefde van de Heer te aanschouwen, Hem te ontmoeten.’ Hij denkt aan Gods heiligdom: daar bracht je God offers, daar vierde je dat ‘t weer goed was tussen God en mensen. En als God vóór je is, wie kan dan tegen je zijn? (vgl. Romeinen 8:31)

David kwam er af en toe, maar wat zou hij daar graag – net als de priesters – willen wonen: elke dag getuige van Gods liefde en vergeving! Ik denk ook aan u die in dit verzorgingshuis woont.

Dat was vast niet uw grootste wens, maar wel nodig voor de zorg.

U weet, dat dit huis geen blijvende plek is. Juist dan mag je die wens van David overnemen: ‘Heer, laat ook mij eens wonen in het Vaderhuis met de vele woningen. (Joh. 14) Want daar is leven en liefde’. Die wens is het éne dat er écht toe doet. Hoe doe je dat? Blijf God zoeken in uw gebed, als de Enige die echt belangrijk is. David spoort zichzelf daartoe aan (v.8): ‘Ik zóek uw aangezicht (NBG), uw nabijheid.’ (NBV21). Zeg eenvoudig: ‘HEER, U bent ook mijn licht als het donker is, en mijn heil, als onheil mij bedreigt.’ Neem het elke dag mee dat gebed: ‘Heer, hier zie ik nog onvolmaakt uw liefde, maar eens zal ik daarboven wonen en U, mijn Heer, persoonlijk ontmoeten.’ Dan kan ik hoopvol het slot van de psalm meezingen: ‘Als ik niet had geloofd dat in dit leven, mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou, … ik was vergaan in al mijn smart en rouw.’ Blijf daarom dapper op de HEER, uw God, wachten, tot uw wens in vervulling gaat. Amen

 

2e lied: God is mijn licht, mijn heil – Psalm 27: 3 (GKb) en 7 (OB)

Gebed (deels ontleend aan Ria Borkent – Gezang 138, GKb 2006)

Heer, laat het licht zijn om ons heen, / o laat ons leven in het licht. Verspreid dan in dit huis van steen / de glans van uw gezicht. Want bij de aanvang van het jaar / staan wij beschroomd, met drempelvrees, als U niet met ons meegaat, waar / de nieuwe dag verrees. Laat zo uw wijsheid zijn verdeeld, / een vlam, een kracht, een steunpilaar, o God die ons het licht toespeelt, / veelkleurig, zonneklaar.

Dat wij bij uw geopend woord / de weg vertrouwend verder gaan. Het licht der wereld, Christus, spoort / ons tot de waarheid aan. Van U, HEER, is onze verwachting. Aan U komt toe alle eer, macht en glorie. Door U bestaan wij, door uw liefde en genade, nu en altijd. Wees ons nabij in deze week, help en sterk ons met uw kracht in onze zwakheid. Eens verwisselen we dit huis graag voor dat eeuwige Vaderhuis bij U. Amen

Hartelijke groet, Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim