Recept: Spritsen

De provincie en stad Utrecht hebben niet zoveel wereldberoemde streekgerechten als bijvoorbeeld Limburg of Friesland, maar er zijn wel typische Utrechtse lekkernijen en tradities:

  • Vockingworst – misschien wel de bekendste Utrechtse specialiteit. Dit is een gerookte rundvleesworst met een heel eigen smaak. De worst werd in de 19e eeuw ontwikkeld in Utrecht en is nog steeds een begrip.
  • Domtorentjes – kleine chocolaatjes in de vorm van de Domtoren, vaak gevuld met zachte vullingen. Populair als Utrechts souvenir.
  • Utrechtse sprits – een lokale variant van spritskoekjes die je bij sommige Utrechtse bakkers vindt.
  • Bisschopswijn – warme gekruide wijn die vroeger verbonden was aan Utrecht als bisschopsstad. Vooral in winterse tradities kwam dit terug.
  • Kloosterrecepten – omdat Utrecht eeuwenlang een religieus centrum was, werden in kloosters brood, bier en kruidenmengsels gemaakt. Sommige moderne recepten verwijzen nog naar die tradities.
  • Appels en fruit uit de streek – de provincie had van oudsher veel fruitteeltgebieden, vooral langs de rivieren. Dat zie je terug in taarten, stroop en streekproducten.
  • Pannenkoeken en gerechten van de Utrechtse Heuvelrug – rond bosgebieden en dorpen ontstonden veel herbergen waar stevige gerechten voor reizigers werden geserveerd.

Leuk detail: veel Utrechtse “streekgerechten” zijn verbonden aan de geschiedenis van handel, kloosters en de centrale ligging van de provincie. Utrecht nam smaken uit allerlei regio’s over in plaats van één heel uitgesproken keuken te ontwikkelen.

En een grappig weetje: de beroemdste Utrechtse snack is waarschijnlijk geen luxe gerecht, maar gewoon een broodje met Vockingworst. Dat hoort voor veel mensen echt bij een dagje Utrecht.

Recept: Spritsen (ongeveer 20–25 stuks)

Ingrediënten

  • 250 g roomboter (op kamertemperatuur)
  • 175 g witte basterdsuiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 300 g bloem
  • 1 ei
  • Snufje zout

Optioneel:

  • Geraspte citroenschil
  • Gesmolten chocolade om de uiteinden in te dippen

Benodigdheden

  • Spuitzak met een gekarteld mondje
  • Bakpapier
  • Oven

Bereiding

  1. Verwarm de oven voor op 175°C.
  2. Klop de boter luchtig met de basterdsuiker en vanillesuiker.
  3. Voeg het ei toe en meng goed.
  4. Voeg bloem en een snuf zout toe. Meng tot een stevig maar zacht deeg.
  5. Doe het deeg in een spuitzak met gekartelde opening.
  6. Spuit lange stroken of S-vormen op een met bakpapier beklede bakplaat.
  7. Bak de spritsen 15–20 minuten, tot de randjes licht goudbruin zijn.
  8. Laat ze afkoelen. Dip eventueel de uiteinden in chocolade.

Kleine bakkers-tip

Als het deeg te stug is om te spuiten, laat het een paar minuten iets warmer worden of voeg een eetlepel melk toe.

Voor een Utrechtse sfeer kun je er een beetje citroenrasp of speculaaskruiden aan toevoegen voor een ouderwetse bakkerij-smaak.