Spekdikken

Spekdikken (Drentse pannenkoekjes met spek)

🧂 Ingrediënten (voor ± 8–10 stuks)

  • 250 g boekweitmeel (of deels roggebloem)
  • 1 ei
  • 200 ml melk (of karnemelk voor extra smaak)
  • 1 theelepel stroop of suiker (optioneel, voor een lichte zoete toets)
  • snuf zout
  • 100–150 g spekblokjes of dunne spekreepjes
  • boter of reuzel om in te bakken

👩‍🍳 Bereiding

1. Het beslag maken

Meng het meel met het zout in een kom.
Voeg het ei en de melk langzaam toe terwijl je roert, zodat je een dik maar gietbaar beslag krijgt.
Laat het beslag eventueel 15–30 minuten rusten (dat maakt het iets zachter van structuur).


2. Spek voorbereiden

Bak de spekblokjes kort in een droge pan tot ze een beetje vet loslaten en licht kleuren. Zet apart.


3. Bakken van de spekdikken

Verhit een koekenpan met een beetje boter.

  • Schep een lepel beslag in de pan (iets dikker dan een gewone pannenkoek)
  • Strooi wat spek over de bovenkant
  • Bak op middelhoog vuur tot de onderkant goudbruin is
  • Keer voorzichtig om en bak de andere kant

4. Serveren

Serveer ze warm, bijvoorbeeld:

  • met stroop
  • of gewoon zo, hartig en warm uit de pan

🌾 Kleine traditie erbij

Vroeger werden spekdikken vaak rond de jaarwisseling gegeten in Drenthe. Het was voedzaam eten voor koude winterdagen, gemaakt van wat men in huis had.