Vraag 1
Hoe heet het proces waarbij zand langs de kust wordt verplaatst door golven en stromingen?
A. Sedimentatie
B. Kusterosie
C. Langstransport
D. Verzilting
Vraag 2
Welk type golf ontstaat meestal ver van de kust door langdurige wind?
A. Breker
B. Deining
C. Getijdengolf
D. Tsunami
Vraag 3
Wat is het belangrijkste verschil tussen eb en vloed?
A. De temperatuur van het water
B. De richting van de wind
C. Het verschil in waterhoogte
D. Het zoutgehalte
Vraag 4
Welke Nederlandse Waddeneilanden behoren tot de provincie Noord-Holland?
A. Texel en Vlieland
B. Terschelling en Ameland
C. Schiermonnikoog en Ameland
D. Texel en Schiermonnikoog
Vraag 5
Wat is een mui op het strand?
A. Een zandbank vlak bij de kust
B. Een gevaarlijke stroming richting zee
C. Een soort schelp
D. Een hoge vloedgolf
Vraag 6
Waarom zijn duinen belangrijk voor Nederland?
A. Ze trekken toeristen aan
B. Ze houden zout water tegen
C. Ze beschermen tegen overstromingen
D. Ze maken drinkwater
Vraag 7
Welke schaal wordt gebruikt om de kracht van golven en zeecondities te beschrijven voor scheepvaart?
A. Schaal van Richter
B. Schaal van Celsius
C. Beaufortschaal
D. Kelvin-schaal
Vraag 8
Hoe heet het gebied tussen eb- en vloedlijn?
A. Koraalrif
B. Intergetijdengebied
C. Lagune
D. Delta
Vraag 9
Waardoor ontstaan de meeste zandduinen?
A. Vulkanische activiteit
B. Aardbevingen
C. Wind die zand ophoopt
D. Zeestromingen diep onder water
Vraag 10
Welke stroming kan gevaarlijk zijn voor zwemmers omdat ze snel van de kust wegtrekt?
A. Golfslag
B. Onderstroom
C. Rip current
D. Zeebries
Antwoorden
- C
- B
- C
- A
- B
- C
- C
- B
- C
- C