Lied: Psalm 118: 7, 11(O.B)
7 De Heer’ is mij tot hulp en sterkte:
Hij is mijn lied, mijn psalmgezang.
Hij was het, die mijn heil bewerkte,
dies loof ik Hem mijn leven lang.
Men hoort der vromen tent weergalmen
van hulp en heil, ons aangebracht;
daar zingt men blij, met dankbre psalmen:
“Gods rechterhand doet grote kracht.”
11 De steen, dien door de tempelbouwers
verachtlijk was een plaats ontzegd,
is, tot verbazing der beschouwers,
van God ten hoofd des hoeks gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
door ‘s Heeren hand alleen geschied;
Het is een wonder in onz’ ogen:
Wij zien het, maar doorgronden ‘t niet.
Lezing: Johannes 2: 13-21
Jezus in de tempel
13Kort voor het Joodse pesachfeest reisde Jezus naar Jeruzalem. 14Daar trof Hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. 15Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver 16en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ 17Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal Mij verteren.’ 18Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt U bewijzen dat U dit mag doen?’ 19Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en Ik zal hem
in drie dagen weer opbouwen.’ 20‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en U wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ 21Maar Hij sprak over de tempel van zijn lichaam. 22Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.
Overdenking: Jezus leren begrijpen
We stappen middenin een soort film. Het is druk op het tempelplein. Het grote feest, het pesachfeest is bijna. En als er een feest is, dan is Jezus daar ook. Niet omdat Hij nou alle feesten langsging, maar het vieren van de joodse feesten is één van de wetten van Mozes. Het beeld dat we te zien krijgen is een druk plein. Mensen doen hun laatste inkopen voor het feest en daarnaast zijn er ook pelgrims, die speciaal naar Jeruzalem zijn gekomen voor het feest. Als handelaar is het dus ook een heel goede plek om te zijn. Er zijn veel mensen, dus grote kans dat er kopers zullen zijn.
Als handelaar moet je op de plek zijn waar mensen zijn. De handelaren hebben offerdieren bij zich. Wat in de joodse traditie belangrijk is. Het offeren van een dier heeft te maken met het belijden en vergeven van de zonden.
Om een plekje op de markt te bemachtigen, moest veel worden betaald. Ook de verhuurders van de marktplaatsen roken het geld in deze drukke dagen.
En daar, in die chaos, verschijnt Jezus. Johannes schrijft het en we hebben er allemaal wel een beeld bij. De chaos wordt compleet: Jezus wordt enorm boos, verontwaardigd, woedend over wat er gebeurt. De marktverhuurders, de handelaren. De één is niet beter dan de ander. Jezus maakt een gesel om de dieren mee weg te jagen. En om de handelaren en de verhuurders weg te jagen. De chaos is compleet. De tafel waar de munten gewisseld konden worden (er waren verschillende valuta) gooide Hij omver. Het geld stroomde als het ware over de grond. Jezus maakte duidelijk: Dit is een heilige plek, de tempel. Heir wordt niet gehandeld. Zoek een andere plek! Even later wordt vermeld dat “De Joden” erbij komen. Het zullen mannen zijn geweest die verantwoordelijk waren voor de gang van binnen de tempel. En zij willen een teken zien, zij willen dat Jezus kan aantonen dat Hij goddelijke bevoegdheid heeft. Jezus heeft een bijzondere reactie. Daar kom ik straks op terug. Deze geschiedenis wordt gezien als het tweede teken van Jezus. Het teken dat hiervoor gebeurde was dat Hij van water wijn maakte bij de bruiloft in Kana.
We hoorden net over de tempel. De tempel is meer dan een gebouw. En zeker geen plek om handel te drijven. De tempel is het Huis van God, voor Jezus het huis van Zijn Vader. Het is de plek waar God Zijn woning heeft. Dat vraagt om eerbied, toewijding.
De joodse mannen vroegen dus aan Jezus of Hij bevoegdheid had om het tempelplein ‘schoon te vegen’. En dan komt dat merkwaardige antwoord van Jezus. “Breek deze tempel maar af, en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen”. Ze staan bij de tempel in Jeruzalem. Als ik daar zou staan, zou ik toch ook denken dat Jezus dat grote, oude gebouw bedoelt. Geen wonder dat Zijn leerlingen en de Joden er omheen er niks van snappen. Afbreken? Zo’n gebouw?
Jezus spreekt ineens heel andere taal. Vanuit de verontwaardiging, de boosheid, verandert Zijn toon. Hij zegt raadselachtige dingen. Hij spreekt in goddelijke taal. Taal die de leerlingen nog lang niet begrijpen. Ze zullen pas terugdenken aan deze woorden als Jezus is opgestaan. Er zullen nog veel meer van die uitspraken volgen, dat de leerlingen er niks van snappen. En het is met ons net zo. En toch zullen er momenten zijn of komen, dat de woorden als het ware tot leven komen, dat we ze wel begrijpen. Door situaties in het leven, door de uitleg die we horen of omdat we steeds dichter naar Hem toegroeien en door Zijn Heilige Geest steeds meer en meer begrijpen wat Jezus bedoelt met Zijn woorden.
Jezus spreekt over de tempel. Hij kan die afbreken én weer opbouwen in drie dagen. Zijn eigen lichaam is de tempel van God. God, de Vader, woont immers in Jezus; Jezus is de belichaming van God. Zijn lichaam zou worden afgebroken. Gegeseld, aan het kruis geslagen. Dat staat Hem allemaal nog te wachten. Maar geen mens die heir medelijden toont, want ze snappen Hem niet. De tempel opbouwen in drie dagen. Het wonder van Zijn opstanding. Na drie dagen zal Hij opstaan uit de dood. Ook nu is dat nog zo moeilijk te begrijpen. Als begrijpen moeilijk wordt, dan wordt het geloven. Ik kan me heel goed voorstellen, dat de omstanders van jezus vol verbazing hebben geluisterd, dat ze Jezus misschien wel voor gek verklaarden. Maar de woorden die Jezus hier spreekt, daar is geen woord van gefantaseerd. Jezus woorden gaan ons verstand te boven. God macht gaat alles te boven. Jezus weet het ook: Hun ogen gaan vanzelf open. Ze zullen het op een dag begrijpen. Hij heeft wel geduld met ons!
De komende maandagen zullen we stapje voor stapje dichter bij Jezus komen. Het is niet erg als we het niet begrijpen, dat blijkt wel uit dit gedeelte. Er is zoveel wat we niet begrijpen en waar we zoeken naar antwoorden. Maar Hij nodigt ons wel uit om steeds dichterbij te komen, zodat we het beter zullen begrijpen. Vraagtekens worden dan uitroeptekens. Ik geloof dat ik het een beetje begin te begrijpen. AMEN
Lied: Gezang 177: 1, 2, 7
Leer mij o Heer uw lijden recht betrachten
In deze zee verzinken mijn gedachten:
O liefde die om zondaars te bevrijden
Zo zwaar moest lijden
‘k Zie U God zelf in eeuwigheid geprezen
Tot in de dood als mens gehoorzaam wezen
In onze plaats gemarteld en geslagen
De zonde dragen
Laat mij, o Heer’, Uw wond’re wijsheid prijzen,
dwaasheid en ergernis voor wereldwijzen,
laat mij Uw kruis dat sterken zwakheid noemen
als sterkte roemen
Gebed:
God van genade en trouw,
We danken U voor de weg van Jezus Christus.
Voor zijn rondwandeling hier op aarde.
Voor de tekenen die Hij oprichtte.
Voor zijn weg naar het kruis – zijn lijden en sterven.
Zijn opstanding uit de dood.
We danken U voor deze tijd van het kerkelijk jaar, waarin we Christus op deze weg volgen. Laat het voor ons een tijd zijn van nieuwe toewijding.
Een tijd die ons verbindt aan Christus.
Zodat onze liefde tot Hem weer opvlamt.
Laat het tegelijk ook een tijd zijn die ons in de wereld zet.
Zodat onze oren beter luisteren naar wat de ander echt nodig heeft.
Zodat onze woorden mensen bemoedigen.
Tot uw eer, en tot zegen voor de mensen die U op onze weg brengt.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen