1e lied: Dank U voor deze nieuwe morgen – Lied 218 (LB)
1 Dank U voor deze nieuwe morgen, / dank U voor elke nieuwe dag. Dank U dat ik met al mijn zorgen / bij U komen mag.
2 Dank U voor deze mooie aarde, / dank U voor sterren, maan en zon. Dank U dat U ons wilt bewaren, / kracht en levensbron.
4 Dank U voor steun in moeilijkheden, / altijd ziet U naar mensen om. Dank U voor vrienden en voor vreemden / die ik tegenkom.
5 Dank U voor alle mooie klanken, / al wat ik zien en horen kan. Dank U, o God, ik wil U danken / dat ik danken kan.
Bijbel: Lucas 5: 17-26 (NBV21) Genezing en vergeving van zonden
17 Toen Jezus op een dag onderricht gaf, waren er onder zijn gehoor ook farizeeën en wetsleraren uit allerlei plaatsen in Galilea en Judea en zelfs uit Jeruzalem. De kracht van de Heer was werkzaam in Hem, opdat Hij zieken zou genezen. 18 Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, die ze naar binnen wilden brengen om hem voor Jezus neer te leggen. 19 Maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen. Dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus. 20 Toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ 21 De schriftgeleerden en de farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat Hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
22 Maar Jezus wist wat ze dachten en zei: ‘Vanwaar toch al die bedenkingen? 23 Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op en loop”? 24 Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ En Hij zei tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 25 En onmiddellijk stond hij voor de ogen van alle aanwezigen op, pakte het bed waarop hij altijd had gelegen en vertrok naar huis, terwijl hij God loofde. 26 Allen stonden versteld en ze loofden God, en zeiden, vervuld van ontzag: ‘Vandaag hebben we iets ongelooflijks gezien!’
Overdenking: Als het leven niet “uit je dak” gaat, maar door het dak zakt…
Kent u de uitdrukking van “helemaal uit je dak gaan”? Dat zeggen jongeren soms. Het betekent dat je ergens dolenthousiast over bent. Je doet wat er in je opkomt en je gaat misschien wel staan dansen.
Zo zag ik laatst de finale van Maestro en wat dirigeerde de winnaar Jamai Loman het orkest weer geweldig. Geen wonder dat het publiek en de jury “uit hun dak” gingen: ze begonnen spontaan te staan, klappen en fluiten.
Nu, die man uit ons Bijbelverhaal had weinig om “uit zíjn dak” te gaan. Hij kon niet lopen, laat staan springen of dansen. Hij was verlamd. Wat ben je dan afhankelijk van andere mensen! Je leven wordt beperkt: je komt niet gauw meer je huis uit. En thuis zit of lig je maar. Wie hier in een rolstoel zit omdat lopen of staan niet meer wil, zal iets van die beperking herkennen. Op een dag gaf Jezus onderwijs. Daar in huis gebeuren bijzondere dingen. Allereerst valt op, dat er farizeeën en wetsleraren uit verschillende provincies zijn, zelfs uit Jeruzalem. Jezus’ onderwijs en wonderen was hun dus niet ontgaan. Ze wilden wel eens zien of Jezus zich aan de Schriften hield. Verder zegt Lucas dat er ‘kracht in de Heer was, om te genezen’. Dat belooft wat voor al die mensen die zich verdringen in het huis! (v. 17)
Dan komen die vier vrienden. Ze dragen hun verlamde vriend met bed en al mee, in de hoop dat Jezus iets kan doen voor hem. Als ze met hun vriend aankomen, maakt niemand in dat huis ruimte voor hen; ook de heren theologen niet. Dan laten die vrienden zien wat echte vriendschap en geloof inhoudt. Niet door de deur? Dan maar door het dak! Via de buitentrap gaan ze het platte dak op en halen de dakbedekking los. Dan halen ze de tegels weg en laten hun vriend door het gat voor Jezus neerzakken. Wat een spektakel! Alle ogen zijn gericht op Jezus. Let op wat Jezus zegt. “Toen Hij hun geloof zag (van die vrienden), zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven!’” (v. 20) Mooi hè, dat geloof van die vrienden! Maar ook: waarom heeft Jezus ’t over vergeving? Niemand verwacht deze reactie! Waarom volgt er pas ná de confrontatie met die theologen genezing? Waarom gebeurt dat bij ons vaak niet: genezen? Dat Jezus zonden vergeeft, weten we wel, maar dat Jezus je geneest… Stel je voor: je bidt en je schudt de kwalen van je af, stapt uit je rolstoel en bedankt iedereen die voor je gezorgd heeft. Wat maakt die verlamde man tòen zo anders dan wij nú? Jezus genas wel meer mensen en die konden weer léven, weer dingen te doen. Maar soms lukt dat niet! Soms overkomt je iets waardoor je denkt: mijn leven heeft geen zin meer door dat ongeluk, die ziekte, die ouderdomskwalen. Je geeft ’t op. Dat kun je allemaal ‘ziek’ noemen.
Neem die verlamde man. Was hij altijd al verlamd? Had hij een ongeluk gehad?
Was deze man vroeger soms te veel “uit zijn dak” gegaan en had hij gezondigd? Speelden er psychische dingen mee? Waren het fouten die hem verlamden? Hoe dan ook, die vrienden hebben wel vertrouwen en brengen hun vriend naar Jezus.
Wat zegt Jezus dan? Niet: ‘Wat storen jullie mij bij mijn onderwijs? Wat een gedoe!’ Ook niet: ‘Uw zonden worden gestraft.’ Maar: ‘Ze worden u vergeven!’ Jezus weet, dat achter alle gebrokenheid in het leven zonde zit. Adam en Eva waren God ongehoorzaam geworden. Met alle gevolgen van dien: leven in gebrokenheid, ziekten, handicaps, gedoe tussen mensen, leven zonder God. Juist om dat te herstellen had God Jezus gezonden. Om te vergeven en zó ook levens te genezen. Voor de theologen is ‘t duidelijk: Jezus lastert God, want alleen die kan vergeven. Ook dachten ze vast, dat de man verlamd was vanwege een of andere zonde. En nu krijgt hij zonder boetedoening of offer gratis vergeving. Fout! Jezus ontmaskert hen met een vraag: ‘Wat is gemakkelijker: zeggen, dat je zonden vergeven zijn, of een verlamde laten lopen?’ (v. 23) Ongetwijfeld zouden ze zeggen: vergeven, want wie kan dat controleren? Genezen zou moeilijker zijn.
Jezus begint met vergeving. Allereerst voor die man, die hulpeloos en ongemakkelijk met zijn bed bungelt voor al die mensen. En die vrienden hadden vergeving nodig. En óók die theologen, die dachten dat zij ‘specialisten in God’ waren. En wij ook.
Jezus heeft als de Mensenzoon volmacht van God gekregen om vergeving te geven. Die volmacht onderstreept Hij door de man ook te genezen: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ (v. 24)
Kijk dan wat er gebeurt: ‘Hij pakte zijn bed op en vertrok naar huis, terwijl hij God loofde.’ (v. 25) Zakte hij eerst deinend dóór het dak, nu gaat hij dankend “uít zijn dak”! Ook anderen stonden versteld, en loofden God: ‘Vandaag hebben wij iets ongelooflijks gezien!’ (v. 26)
Wat een hoopvol teken, ook voor ons, die misschien nog nooit zo’n genezing hebben meegemaakt. Hoopvol, als je met ziekten en gebreken, ouderdom of andere zaken te kampen hebt. Wat kan dat ons verlammen: je ziet ‘t niet meer zitten. En wie iets anders denkt of tegen je zegt, die kan wat jou betreft “het dak op”. Hoe goed is ’t dan, als er ook bij u mensen zijn – buren, vrienden, familie – die je bij Jezus brengen, je leven “door het dak” laten neerzakken voor God. Bij Hem moet je zijn; bij Hem, van wie Psalm 103 zegt: “Hij vergeeft u alle schuld, Hij geneest u van al uw kwalen, Hij redt uw leven van het graf en Hij kroont u met trouw en liefde.”
Geloof dat zo op Hem ziet, kan ook in de Westerkim zingend “uit het dak” gaan! Amen
2e lied: Laat ons nu vrolijk zingen – Gezang 20 (LvdK)
1 Laat ons nu vrolijk zingen, / komt, heft uw lied’ren aan, voor Hem, wie alle dingen, / altijd ten dienste staan. Ik wil de Heer daarboven, / lofprijzen hier op aard, ja, Hem van harte loven, / die veilig mij bewaart.
6a Hij is het licht der blinden, / der zwakken steun en staf. Die zich in rouw bevinden, / neemt Hij de droefheid af.
5b En als wij zijn gevangen, / te middernacht zendt Hij ons lied’ren en gezangen / en maakt ons eind’lijk vrij.
7 Ik arme en geringe, / hoe zou ik voor uw troon U lof en dank toezingen? / Gij zijt zo groot, zo schoon. Maar omdat Gij mijn leven / duldt voor uw aangezicht, mag ik, o Heer, U geven / de weerglans van het licht.
Gebed – deels ontleend aan Marja Doesburg, Een veilig huis (p. 172-173)
Liefdevolle God, U kent ons leven in alle opzichten. U overziet ons leven, U doorgrondt ons hart én hebt ons door liefde van en voor Jezus aan U verbonden. Dank U wel voor uw liefde en vergeving. U ziet hoe moeilijk wij soms leven, hoe bang en verkrampt, met hoeveel zelfverwijt en schuldgevoel. Wij willen U danken, dat we mogen leven uit uw vergeving. Wij willen U loven, dat elke dag voor ons een nieuw begin mag zijn en dat we oud zeer mogen loslaten, achterlaten bij U. Genees ons daardoor, Vader in de hemel. Voor wie leven met schuldgevoelens bidden we U; voor wie lijdt onder de gedachte aan eigen fouten en zichzelf niet kan vergeven. Voor wie vergeving zoekt, vragen wij U: wil ons vergeving schenken. Voor wie leven met angst bidden we U; angst voor het ouder worden, angst voor zieker worden en hoe verder. Voor wie leven met angst vragen we U: verlos ons van onze angst. Voor wie zoekt naar licht en vertrouwen, voor wie leven met vallen en opstaan, voor hen vragen wij U: behoed ons op onze levensweg. Voor wie ziek zijn, levensmoe, bidden we U: wees met ons en geef rust. Voor wie levenszin en vreugde kennen, vragen we U: blijf onze vreugde. Lieve God, verhoor onze gebeden in Jezus’ naam, Amen