Weekopening week 45

Al vergeten wij soms veel, God vergeet en verlaat ons niet (bij Psalm 71 e.a.)

1e lied: Laat ons de Heer lofzingen – Gezang 409 (LvdK)

1 Laat ons de Heer lofzingen, / juicht, al wie bij Hem hoort! Hij zal met trouw omringen / wie steunen op zijn woord. Al moet u hier ook dragen / veel duisternis en dood, u hoeft niet te versagen, / Hij redt uit alle nood.

2 God heeft u uitverkoren / en uw geloof gebouwd,

Hij heeft een eed gezworen / aan elk die Hem vertrouwt:

dat Hij hen zal omgeven / met sterkte als een wal,

dat Hij wie met Hem leven / de zege schenken zal.

3 Zou ooit een vrouw vergeten / het kind dat z’ in zich droeg, er niet van willen weten, / wanneer het naar haar vroeg? Al zou u ook begeven / uw moeder vroeg of laat, de Heer zweert bij zijn leven, / dat Hij u niet verlaat.

Bijbel: Psalm 71 (NBV21) gedeelten

1 Bij U, HEER, schuil ik, maak mij nooit te schande,

2 red en bevrijd mij, doe mij recht, hoor mij en kom mij te hulp.

6 Al vanaf mijn geboorte steun ik op U, al in de moederschoot was U het die mij droeg, U wil ik altijd loven.

9 Verstoot mij niet nu ik oud word, verlaat mij niet nu mijn kracht bezwijkt.

12 God, blijf niet ver van mij, mijn God, kom mij haastig te hulp. (…) 17 God, U onderwees mij van jongs af aan, en steeds nog vertel ik uw wonderen. 18 Nu ik oud en grijs ben, verlaat mij niet, o God, zodat ik het nageslacht (…) kan vertellen van de macht van uw arm.

20 U hebt mij doen zien veel ellende en nood –

laat mij nu herleven, laat mij herrijzen uit de diepten van de aarde.

21 Verhoog mij in aanzien, omgeef mij met uw troost.

22 Dan zal ik U loven bij het spel op de harp, U en uw trouw, mijn God.

Ik zal voor U zingen bij de lier, Heilige van Israël.

Jesaja 49 (NBV21)

14 Sion zegt: ‘De HEER heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.’

15 Maar zou een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, Ik vergeet jou nooit.

16 Ik heb je in mijn handpalmen gegrift.

Overdenking: Al vergeten wij soms veel, God vergeet en verlaat ons niet

Mensen kunnen dingen vergeten – dat doen mensen van álle leeftijden wel eens. Thuis kom je erachter, dat je bij de supermarkt iets vergeten bent voor het eten.

Of je bent de deur uitgegaan, en vergeet voor de zoveelste keer je sleutelbos. Je vergeet een afspraak,

je rijbewijs, je mobiel, de verjaardag van een vriend, enz.

Vergeten kan iets simpels zijn, waar je je voor schaamt: ‘’Hoe heet ie dan toch?’ Soms kan er ook opzet zijn; wat je niet zo fijn vindt, ‘vergeet’ je dan. Bij ouderdom en dementie is die opzet er niet. Dat is de ellende juist, want je wílt helemaal niet vergeten!

Geen dingen, geen namen of wat dan ook.

Mensen kunnen ook mensen vergeten. Bijvoorbeeld na een verhuizing of toen je ander werk kreeg. ‘We houden contact’, zei je, maar na een poos kwam de klad erin. Het kan ook dat, als je veel meemaakt, je daardoor steeds meer alleen komt te staan. Zo verzucht David: ‘Vergeten ben ik als een dode, weg uit het hart, afgedankt.’ (Psalm 31:13) Prediker, die op zijn leven terugblikt, zegt iets herkenbaars: ‘De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende zullen weer vergeten worden. (Prediker 1:11)

Zo gaat dat ook vandaag, leert de geschiedenis ons.

De Bijbel laat nog iets zien. Mensen kunnen ook God vergeten.

Daar waarschuwt Mozes het volk Israël voor, vlak vóór ze het beloofde land ingaan: ‘Wanneer u volop te eten hebt en mooie huizen bouwt om in te wonen, wanneer uw bezit toeneemt, mag u niet hoogmoedig worden en de HEER, uw God, vergeten. Was Hij het niet die u uit … Egypte bevrijdde?’ (Deuteronomium 8:12-14)

Eenmaal in het beloofde land vergaten ze toch God en overtraden ze Gods geboden. ‘Vergeten’ is dan een bewuste houding van ondankbaarheid naar God toe.

Dat mensen God vergeten, hoor je in meer Psalmen (9:18; 50:22; 106:21) en profeten: ‘Jullie zijn Mij vergeten, de God van je redding’. (Jesaja 51:13)

Psalm 103 roept ons juist op om ‘niet één van Gods weldaden te vergeten.’ (v. 2) En de dichter van de langste Psalm spoort zichzelf – en ons – aan om God niet te vergeten, zelfs niet in ellende. (Psalm 119: 16,61,93,109,141,153,176)

Mensen kunnen ook het gevoel hebben dat God hén vergeet.

Dat is een heftig gevoel, dat wij kunnen ervaren als het ons tegen zit. Ook David zucht eronder: ‘Hoelang nog zult U mij vergeten?’ (Psalm 13:2; ook 42:10; 44:21,25) En Asaf schreeuwt ‘t in zijn nood uit: ‘Vergeet God genadig te zijn?’ (Psalm 77:10) Wie tegenslagen heeft, wie lijdt onder afnemende krachten, kan dat meevoelen.

Maar God zegt dat de werkelijkheid anders is dan wij denken: dat Hij ‘de armen niet vergeet’ en ook ‘niet vergeet dat wij uit stof gevormd zijn.’ (Psalm 10:12; 103:14)

En we hoorden die mooie woorden uit Jesaja 49 voor Israël: ‘Zelfs al zou een moeder haar kind vergeten, Ik vergeet jou nooit!’ (v. 15)

Vandaag is het Wereld Alzheimer Dag. Wereldwijd wordt aandacht besteed aan mensen met dementie. Velen van u hebben daar mee te maken, hetzij zelf hetzij als partner of familie. Door dementie kunnen je hersenen informatie niet meer goed verwerken. Je vergeet méér dan andere mensen. Je vergeet ook méér dan je lief is: herinneringen en namen. Dat maakt het ook zo zwaar en moeilijk. Je kunt dementie een van die ‘rampen’ noemen, waarover Psalm 71 spreekt (v. 20: ‘veel ellende en nood’). Net als andere ernstige ziekten, zoals kanker, Parkinson.

Psalm 71 kwam 30 jaar geleden erg bij mij binnen. Het was bij de afscheidsdienst van een gemeentelid, die met 49 jaar aan borstkanker overleed. We zongen toen de berijming van Psalm 71 (GKB): ‘U die mij rampen deed ervaren, / schenkt mij het leven weer. / Maak U nu op, o Heer, / wil mij voor verder onheil sparen, mij troosten en mij geven, / dat ik in eer mag leven.’ Die kwam binnen: om die ervaring over rampen zo naar God toe te mogen zingen!

Zo vrijmoedig mag je kennelijk met God omgaan!

Nu wordt Psalm 71 wel de ‘ouderdomspsalm’ bij uitstek genoemd.

Hier spreekt een oude man – mogelijk David – die zijn einde voelt naderen en hulp zoekt: ‘Bij U, HEER, schuil ik.’ (v. 1) Hij is oud en grijs geworden, zijn krachten wijken. Dat maakt hem onzeker ‘Verstoot mij niet, nu ik oud ben… Blijf niet ver, mijn God… Verlaat mij niet.’ (v. 9,12,18) Is hij dan vergeten, hoe hij vroeger als kind al op God vertrouwde? Nee.

Want hij zegt hoe hij van jongs af al op God vertrouwt en Hem wil loven. (v. 5-6) Maar die last van de ouderdom – dat je lichaam niet meer zo wil, dat je veel moe bent – die doet ook geestelijk wat met hem: ‘HEER, verstoot en verlaat me niet.’ In zijn kwetsbaarheid schuilt hij bij God, van Wie hij eerder steun had ervaren.

Het mooie is, dat de dichter dat bidt om het nageslacht: ‘dat ik hen kan vertellen van de macht van uw arm’. (v. 18) Zulke ouderen – ook met dementie kom ik tegen; mensen die vrijuit spreken over Gods genade en hulp. En zo laten horen aan kinderen en kleinkinderen en ook aan zorgmedewerkers dat God goed is. Laten we bidden of God ons in de ellende en nood wil omgeven met zijn troost (v. 20-21) Want al vergeten wij veel, God vergeet en verlaat ons niet om Christus’ wil niet. Hij droeg onze ellende en nood en draagt ook nu mee. God belooft zelf: Ik vergeet niet wat u uit liefde voor Mij hebt gedaan voor anderen. (Hebreeën 6:10)

Amen

2e lied: Wanneer het mistig wordt en ik ga dwalen – tekst: Klaas van Hoek*; melodie: ‘You raise me up’ (Josh Groban)

1 Wanneer het mistig wordt en ik ga dwalen, wanneer ik eenzaam ronddool in de nacht, dan houd ik vast: Heer, ook in diepe dalen

tilt U mij op en houdt voor mij de wacht.

Refrein Heer, til me op, wanneer ik soms moet huilen; Heer, til me op, wanneer ik niets meer weet! Als ik dwaal, laat mij dan bij U schuilen en houd mij vast, U die mij nooit vergeet.

2 Wanneer de tijd verdwijnt in zwarte gaten, wanneer ik niet kan zeggen wat ik wou, dan vraag ik U: Heer, wil mij niet verlaten; U bent mijn God, vol liefde en vol trouw. Refrein

3 Wanneer het einde komt en ik ga sterven, wanneer ik bang ben, moe van al mijn nood, dan weet ik, Heer: uw vrede mag ik erven door Christus, overwinnaar van de dood. Refrein

* met dank ook aan het gedicht hieronder van Hans Cieremans, gemaakt als speciale versie van het lied ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Breij.

Gedicht – Dementie: ‘Mag ik dan bij jou?’ Tekst: Hans Cieremans

Als het mistig wordt en als ik dan ga dwalen. Mag ik dan bij jou? Als ik eenzaam ben en ik niet word begrepen. Mag ik dan bij jou? Als ik verdrietig word en niemand weet een reden. Mag ik dan bij jou? Als ik onrustig ben, omdat ik alles kwijt ben. Mag ik dan bij jou?

Refrein Mag ik dan bij je schuilen, als ik het niet meer weet. En ook als ik moet huilen, als ik je naam vergeet. Want als ik bij jou mag, als jij mijn angsten sust en mij je aandacht geeft, dan kom ik weer tot rust.

Als de tijd verdwijnt en ik me niets herinner. Mag ik dan bij jou? Als ik niet zeggen kan, wat ik wou vertellen. Mag ik dan bij jou? Als de mist optrekt, omdat het einde nadert. Mag ik dan bij jou? Als ik jouw liefde voel en ik voel me veilig. Mag ik dan bij jou? Refrein

Als het einde komt en als ik dan bang ben. Mag ik dan bij jou?

Als het einde komt, wil jij dan niet vergeten: ‘Ik hield heel veel van jou!’