Gods Tien Woorden brengen muziek in ons leven – het 8e gebod Serie over de Tien Geboden (bij Exodus 20) 9/11
De melodie van de vrijgevigheid: niet nemen, maar geven! (Exodus 20:15)
1e lied: Halleluja, aan God de eer! – Psalm 112 (eigen versie; melodie Psalm 111/113)
1 Halleluja, aan God de eer! / Gelukkig wie Hem eert als HEER,
graag zijn geboden na wil leven. / Zijn nageslacht krijgt in het land alom respect en aanzien, want / God zal oprechten zegen geven.
3 Goed gaat het wie genadig is, / vrijgevig en in zaken fris; die valt nooit om, die zal men prijzen. / Voor kwaad gerucht is hij niet bang, God is zijn steun zijn levenlang; / standvastig blijft hij God vertrouwen.
4 Gul geeft hij aan wie armoe lijdt, / steeds prijst men zijn rechtvaardigheid; die blijft in stand, zal niemand storen. / Wie slecht zijn, zien hoe goed hij is, verbijten boos hun ergernis; / hun plannen gaan voorgoed verloren.
Bijbel: Exodus 20: 15 (NBV21) – Het achtste gebod
20 15 Steel niet.
Deuteronomium 15: 7-11 (NBV21/HSV)
15 7 Zou er in … het land dat de HEER, uw God, u zal geven iemand uit uw eigen volk armoede lijden, dan mag dat uw hart niet koud laten. U mag uw hand niet sluiten voor uw broeder, 8 maar u moet uw hand wijd opendoen en hem lenen zo veel als hij nodig heeft. 9 Wees niet zo laaghartig om bij uzelf te denken: Het zevende jaar, het jaar van de kwijtschelding, komt eraan – waardoor u de ogen sluit voor de ellende van uw volksgenoot en hem met lege handen laat gaan. Als hij dan de HEER zijn nood klaagt om wat u hem hebt aangedaan, zal het u als zonde worden aangerekend. 10 Geef hem dus overvloedig en zonder verdriet in uw hart, want de HEER, uw God, zal u zegenen in alles wat u doet en onderneemt. 11 Armen zullen er altijd zijn bij u. Daarom gebied ik u: doe uw hand wijd open voor uw naaste die …arm is in uw land.
Matteüs 7: 12 en Efeziërs 4: 28 (NBV21)
7 12 (Jezus) Behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. | 4 28 (Paulus) Laat wie steelt, niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen, zodat hij iets weg kan geven aan wie het nodig heeft.
Overdenking – De melodie van vrijgevigheid: niet nemen maar geven! (Exodus 20:15)
Misschien denkt u bij dat gebod: daar hoef ik me niet zo druk over te maken! Ik steel niet, ik heb mijn hele leven gewerkt. Nu ontvang ik AOW of pensioen. Ik geef aan de kerk en aan goede doelen. Wat heeft dit gebod mij dan te zeggen?
Toch staat er in de Heidelbergse Catechismus (HC) iets opvallends bij dit gebod. Zondag 42 HC noemt niet alleen ‘stelen en roven’, als iets dat God vèrbiedt. Het noemt ook ‘hebzucht, misbruik en verkwisting van Gods gaven.’ (v/a 110) En wat God positief gébiedt, klinkt zo: ‘Dat ik het welzijn van mijn naaste, waar ik kan en mag, bevorder en zo met hem doe, als ik wil dat men met mij doet.’ (v/a 111) Daarin hoor je de echo van Jezus’ woorden, ook wel de ‘gouden regel’ genoemd: ‘Behandel anderen steeds zoals je zelf behandeld zou willen worden.’ (Matteüs 7:12)
Daarmee wordt dit achtste gebod groter dan: blijf af van de spullen van je naaste. Het gaat over de vraag: wat doe ik met wat God mij heeft toevertrouwd?
Stel u een gesloten hand voor. Een vuist houdt vast: míjn geld; míjn spullen, míjn enz. Misschien houdt die ook andere dingen krampachtig vast: míjn tijd, míjn gelijk, míjn herinneringen, míjn ervaringen.
Stel je nu eens een open hand voor. Die ontspant zich, die kan ontvangen én geven. Misschien is dat wel de muziek van dit gebod: God leert ons niet alleen om niets vàn een ander af te nemen, maar om iets van onszelf áán de ander te geven.
In Deuteronomium 15 gaat ‘t over wie arm is bij Gods volk Israël. God zegt: ‘Sluit je hand niet – geen hand op de knip -, maar leen en geef vrijmoedig: open je hart en hand!’ (15:7-8,10) Dat is een prachtig en indringend beeld. Een gesloten hand maakt geen muziek. Die weert af, geeft alleen om zich zelf. Maar een open hand reikt de ander de hand, wil helpen, geeft om het welzijn. Dat is de melodie van de vrijgevigheid.
Wat kunt u dan nog geven?
Misschien zegt iemand: Ik heb niet veel meer te geven. Mijn AOW / pensioen is klein. Wat kan ik nog doen? M’n lichaam wordt kwetsbaarder, m’n geest trager, ik moet steeds meer aan anderen overlaten. Maar zijn er dan geen dingen die wél kunnen? U kunt nog altijd aandacht geven. Een gesprek met iemand die weinig bezoek krijgt. U kunt een glimlach geven, of een vriendelijk woord. U kunt uw verhaal geven. De herinnering aan hoe het vroeger was. Een levensles. Een geloofservaring die u in de loop van de jaren hebt opgedaan. U kunt bidden voor kinderen, kleinkinderen, familie, verzorgenden, de gemeente en mensen die u misschien nauwelijks kent.
Misschien is juist dát op hogere leeftijd een bijzondere roeping: niet meer zozeer iets doen, maar er voor een ander zijn. Dat lijkt klein. Maar in Gods Koninkrijk is klein niet hetzelfde als onbelangrijk.
God heeft ieder mens iets meegegeven, waarmee je iets voor de ander kunt zijn. Oren en ogen. Handen, Tijd. Geld. Ervaring. Liefde. Geduld. Wijsheid. Dan nodigt dit gebod ook ouderen uit om te vragen: Heer, wat hebt U mij gegeven? Hoe kan ik daarmee vandaag iets betekenen voor een ander?
Misschien is dat een telefoontje. Een kaartje. Een gebed. Een luisterend oor of een bemoedigend woord tegen een bewoner of verzorgende die een moeilijke dag heeft. Dat is geen verloren moeite. Nee, dat klinkt als muziek in de oren!
Jezus zegt in de Bergrede dat we geen schatten voor onszélf moeten verzamelen. ‘Verzamel schatten in de hémel, waar geen dieven meer inbreken om ze te stelen. Waar je schat is, zal ook je hart zijn.’ (Matteüs 6:19-21)
Geld oppotten is een vorm van stelen. Want je vergeet de ander die ‘t minder heeft. Geld verkwisten is ook niet goed. In beide gevallen houd je je doof voor Jezus’ gouden regel (Matteüs 7:28) en voor wat Paulus zei over ‘eerlijk de kost verdienen, zodat je ook kunt geven aan wie het nodig heeft.’ (Efeziërs 4:28)
Paulus haalt ergens een ander woord van Jezus aan: ‘Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.’ (Handelingen 20:35 NBV21; NBG 1951: ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen.’)
Een wonderlijke uitspraak! Wij denken: gelukkig worden is iets krijgen. Geld. Bezoek. Gezondheid Aandacht. Een mooie dag. Natuurlijk zijn we daar dankbaar voor. Maar Jezus wijst ons op een dieper geheim. Er ontstaat vreugde wanneer een mens zichzelf niet meer steeds als ontvanger ziet, maar als iemand die mag uitdelen.
Daarom is het achtste gebod niet alleen een nee. OK, het begint met: ‘Steel niet.’ Maar het eindigt met: ‘Geef.’ Geef wat God u gegeven heeft.
Niet om daarmee Gods liefde te verdienen. Maar omdat u die liefde al ontvangen hébt. Dat is uiteindelijk de mooiste muziek van dit gebod!
De ene mens ontvangt van God. De andere mens ontvangt van God.
En vervolgens geven ze door wat ze ontvangen hebben. Zoals stemmen in een koor: niemand zingt alleen voor zichzelf. De ene stem geeft ruimte aan de andere. En juist daardoor ontstaat muziek.
Dit gebod betekent daarom: houd niet angstig vast wat God u heeft toevertrouwd. Open uw hand, uw oog, uw hart. Bevorder het welzijn van uw naaste. Behandel hem zoals u zelf behandeld wilt worden.
Want een gesloten hand maakt geen muziek. Een open hand wel. Amen.
2e lied: Neem mijn leven, laat het Heer – Gezang 473 (LvdK)
1 Neem mijn leven, laat het, Heer, / toegewijd zijn aan uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd / tot uw lof en dienst bereid.
2 Neem mijn handen, maak ze sterk, / trouw en vaardig tot uw werk. Maak dat ik mijn voeten zet / op de wegen van uw wet.
3 Neem mijn zilver en mijn goud,
dat ik niets aan U onthoud. Maak mijn kracht en mijn verstand
tot een werktuig in uw hand.
9 Neem en zegen alle vreugd, / al ’t geluk dat mij verheugt. Maak dat ik mij nimmer schaam / mens te wezen in uw naam.
10 Neem ook mijne liefde, Heer, / ‘k leg voor U haar schatten neer. Neem mijzelf en voor altijd / ben ik aan U toegewijd.
Gedachten – n.a.v. Kevin deYoung, Woorden om te leven. De Tien Geboden voor vandaag. (2019), hoofdstuk 8 (Schatten in de hemel – bij Exodus 20:15), vooral blz. 135-139.
Jezus gaat niet in tegen de menselijke drang naar het bezitten van een schat. Wel tegen de dwaas die denkt dat zo’n schat bevredigend of blijvend is. Heb je ooit een rouwwagen gezien met een aanhangwagen erachter? Nee toch! Daarom zegt Jezus: verzamel schatten in de hemel. Daar is geen recessie of diefstal. Petrus geeft een verbazingwekkende belofte door: ‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft Hij door de opstanding van Jezus Christus uit de dood ons opnieuw geboren doen worden en ons zo levende hoop gegeven. Er wacht u (…) in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis (…). (1 Petrus 1:3-4)
Hoe geweldig zou je ‘t vinden als een pensioenspecialist tegen je zou zeggen: ‘Ik beloof je een pensioen dat nooit zal vergaan, verdwijnen of in waarde verminderen. Belangstelling?’ Ja! Nou, de Bijbel zegt: ‘Die heb ik voor je. Die wordt bewaard in de hemel voor allen die hun vertrouwen op Christus zetten en met Hem wandelen in geloof en bekering.’
Tot slot twee verhalen vol goed en opmerkelijk nieuws. Allereerst: Jezus hing aan het kruis tussen twee dieven. Eén ervan had berouw en vroeg Jezus: ‘Denk aan mij, als U in uw koninkrijk komt’. Wat zei Jezus? ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn!’ (Lucas 23:43) De dief werd vergeven, omdat die inzag dat Jezus de schat was, waar hij zijn leven lang naar zocht!
Ten tweede: Jezus zegt: ‘Ik kom als een dief in de nacht!’ (Openbaring 16:15) Wees daarom waakzaam. En geloof: van deze ‘Dief’ heb je niets te vrezen! Hij komt niet om te stelen, maar om zijn erfenis en feest met ons te delen.
Hartelijke groet van Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim