Jezus bidt, dat wij ook Gods naam heiligen!

Bijbel: Johannes 17: 1-19 (deels, NBV21) – Jezus bidt voor zijn leerlingen 1 Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2 Hij heeft van U macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die U aan Hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. 3 Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus. 4 Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U Mij opgedragen hebt. 5 Vader, verhef Mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die Ik bij U had voordat de wereld bestond. 6 Ik heb uw naam bekendgemaakt aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. (…)

9 Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die U Mij hebt gegeven, omdat zij van U zijn 10 – alles wat van Mij is, is van U, en alles wat van U is, is van Mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. (…) 11 Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die U ook aan Mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals Wij één zijn. 12 Zolang Ik bij hen was heb ik hen door uw naam bewaard en over hen gewaakt. (…) 14 Ik heb hun uw woord doorgegeven. (…) 15 Ik vraag niet of U hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of U hen wilt beschermen tegen hem die het kwaad zelf is. 16 Ze horen niet bij de wereld, zoals Ik niet bij de wereld hoor. 17 Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid. (…) 19 Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.

Overdenking: Jezus bidt, dat wij Gods naam heiligen! (Joh. 17) [OV-2]

Ik weet niet hoe ‘t u vergaat, maar soms bid ik het Onze Vader zó vaak, dat ik me niet altijd meer realiseer wát ik bid. Daarom staan we er komende tijd meer bij stil. Met die eerste bede – uw naam worde geheiligd – zet Jezus ons aan het bidden. Maar ook aan het denken! Want ik kan tot onze Vader bidden. Maar wil ik ook dóen wat er verder in dit ‘volmaakte gebed’ volgt? Daarom ben ik blij dat we naast het Onze Vader nóg een gebed van Jezus hebben. Als Hij dit bidt in Johannes 17, heeft Hij zijn leerlingen op zijn naderende afscheid voorbereid. Daarna, hf. 18, wordt Hij gevangengenomen: het begin van zijn lijden. Dat geeft aan dit ‘hogepriesterlijk gebed’ van Jezus een diepe lading.

Waar bidt Jezus voor? Voor de heiliging van God, van zijn leerlingen én van wie door hen gaan geloven. En bij die laatsten mogen ook wij horen.

Jezus leefde 100% voor de heiliging van Gods naam. Dat is van groot belang ook voor ons. Paulus zegt ’t zo: “Christus is onze wijsheid geworden; in Hem zijn wij rechtvaardig en heilig, en worden wij verlost.” (1 Kor. 1:30) Als je God dus naar waarheid wilt kennen (HC, v/a 122), kijk dan goed naar Hem en wat Hij leert bidden.

Jezus’ doel is: Gods naam heiligen, zijn grootheid tonen en bekendmaken. (v. 1,4-6,10) En wanneer wij bidden: uw naam worde geheiligd, wordt Jezus’ doel ook ons doel! Hij leefde heilig, d.w.z. in alles gericht op God. Hij was eerlijk en liefdevol. Nooit loog Hij; geen zonde ontsierde Hem. Hij maakte Gods naam en faam bekend.

Eén naam van God springt eruit: die van HEER(E) met hoofdleters. Een naam die een merk, een werkwoord is: Ik ben er, Ik zal er zijn! Reddend, genadig, troostend. Die naam kreeg een gezicht, juist in Jezus, redder en Immanuël: God met ons. Hij heeft een brug geslagen tussen Gods heiligheid aan de ene kant en onze onheiligheid: mensen met vlekken op onze reputatie, onze naam.

Wat is dat: Gods naam heiligen? Hoe doe je dat?

Ik heb wel eens diners gehad waarbij m’n plek gereserveerd was. Er stond een bordje met mijn naam. Daar mocht ik gaan zitten. Er werd op me gerekend. Gods naam heiligen is zoveel als: uw naam heb ik gereserveerd; die houd ik hoog. Heilig, dat betekent: apart gezet; gereserveerd voor God. Dat doet Jezus ook met ons. In deze korte bede leert Hij onszelf niet langer centraal te zetten, maar Gód. Dat ik zijn naam, zijn reputatie verdedig en eer, en niet belaster of besmeur.

In de filmwereld en de politiek kan je naam snel besmeurd raken door iets slechts of onzuivers dat naar buiten komt. Dan wordt er geroddeld, dan gaat je eer eraan.

Bij God past dat niet. Jezus heeft Gods heiligheid en grootheid getoond. (17:4) ‘Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen’ (Ps. 72:11, OB) – daar gaat ‘t Jezus om!

Gods naam heiligen heelt en verenigt je hart ook. Ik ontleen dat aan Psalm 86:11:

“Wijs mij uw weg, HEER, laat mij wandelen op het pad van uw waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor uw naam.”

Berijmd zingen we: ‘Voeg geheel mijn hart tezaam / tot de vrees van uwen naam’.

David wil af van zijn dubbelhartigheid en vraagt God om een ongedeeld hart. En als ik bid: uw naam worde geheiligd, dan vraag ik om zo’n verenigd hart.

Laat uw naam geheiligd worden. Door álle mensen, ook door mij! In dit huis, bij familie en in de kerk, en ook in de wereld om me heen geldt: geef dat ik me ‘nimmer schaam, mens te wezen in uw naam’. (LvdK 473:9, slot) Soms schaam ik me wel en laat ik ‘t spreken óver God, ‘t naspreken ván God na. De duivel wil in mijn hart verdeeldheid zaaien en wantrouwen jegens God.

Daarom bidt Jezus mee: “Ik vraag niet of U hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of U hen wilt beschermen tegen hem die het kwaad zelf is [de duivel].” (17:15) Met hulp van Jezus ben ik niet langer uit op eigen eer, maar bid ik met David mee: “Vervul mijn hart met ontzag voor uw naam” (Ps. 86:11). Dan blijft God de liefde van mijn hart, in m’n gedachten, woorden en daden. (HC 47)

Gods naam heiligen verenigt ons ook met ánderen.

Geloven en God groot maken doe je niet op je eentje. Dat doe je samen.

Jezus heef ‘t in zijn gebed steeds over ‘hen’: “Ik bid voor hen.” (17:9; vgl. 11,12,15,17)

Dat zijn de leerlingen, die God aan Jezus heeft gegeven. Maar Hij bidt ook “voor allen die door de verkondiging van de leerlingen in Hem geloven”. (17:20) Daarbij denkt Jezus ook aan ons die geloven.

Gods naam heiligen is iets dat mensen verbindt: christenen onderling. Dat zien we als we hier samen, afkomstig uit verschillende kerken, liederen zingen op de huiskamers, bij weekopeningen, kerkdiensten en zondagavondzang. Dat proeven we figuurlijk en letterlijk, als hier in huis avondmaal gevierd wordt. Als wij sámen Gods naam heiligen, is dat een klein teken voor de wereld: “Laat hen allen één zijn, zoals wij (17:11, vgl. ook 21-23). Hoe meer we sámen gericht zijn op God, hoe meer we Gods liefde laten zien.

Jezus leert ons zo bidden: “uw naam worde geheiligd”. Hij komt ons tegemoet met zijn eigen gebed: “Heilig hen door uw waarheid. Uw woord is de waarheid.” (17:17)

Door dat woord – de Bijbel – mogen we God en de Zoon kennen; en dat is, zegt Jezus “het eeuwige leven.” (17:3) Laat, telkens als we deze eerste bede bidden, ons doel zijn: ‘Aan U alle eer, heilige Heer!’

Amen

Gebed van Maarten Luther (Uit: Kardinaal A.J. Simonis, Op de adem van het leven. Gedachten over het Onze Vader, p. 61)

Almachtige God, lieve hemelse Vader,

Uw heilige naam wordt vaak voor dingen gebruikt die niets met uw eer van doen hebben. Geef ons dan uw genade, dat wij ons hoeden voor wat niet tot lof van uw heilige naam is. Help ons, dat alle wangeloof en bijgeloof wordt blootgelegd. Help ons, dat niemand van ons bedrogen wordt door valse schijn van waarheid, vroomheid of heiligheid. Help ons, niet in uw naam te liegen of te bedriegen. Behoed ons voor alle valse troost die in uw naam verzonnen wordt. Behoed ons voor alle geestelijke trots en valse eer.

Help ons, dat wij in bange momenten uw naam niet vergeten. Help ons, dat niemand door onze slechte daden of woorden zich stoort aan uw naam. Help ons, dat ons leven zó is, dat anderen ons als waarachtige kinderen van God ervaren en dat uw Vadernaam niet tevergeefs over ons is uitgesproken. Amen

Zondag 47 (Heidelbergse Catechismus)

Vraag 122: Wat is de eerste bede? ‘Uw naam worde geheiligd.’ Dat wil zeggen: Geef ons eerst dat wij U naar waarheid kennen en U heiligen, roemen en prijzen in al uw werken. Want daarin stralen glansrijk uw almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid.

Geef ons ook dat wij ons hele leven – onze gedachten, woorden en werken – erop richten, dat uw naam door ons niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt.

Hartelijke groet van Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim