Weekopening De Westerkim,

Maandag 1 juli 2024

Zuchten in drievoud – de Geest helpt ons in onze zwakheid! (Romeinen 8: 18-28)

1e lied: Op U vertrouw ik, Heer der heren – Psalm 31: 1 (LvdK), 13 en 19 (OB)

 

Bijbel: Romeinen 8: 18-28 (NBV21) – Leven door de Geest

18 Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.

19 De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat de luister van Gods kinderen openbaar wordt.

20 Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door Hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar er is hoop,

21 omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.

22 Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt.

23 En zij niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn: de verlossing van ons sterfelijk bestaan.

24 In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien?

25 Maar als wij hopen op wat we nog niet zien, blijven we in afwachting daarvan volharden.

26 En bovendien komt de Geest onze zwakheid te hulp. Wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten.

27God, die ons hart doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen, want de Geest pleit voor de heiligen overeenkomstig Gods wil.

28 En wij weten dat voor wie God liefhebben ….alles bijdraagt aan het goede.

 

Overdenking – Zuchten in drievoud – de Geest helpt ons in onze zwakheid!

We hebben Pinksteren weer achter de rug. De Heilige Geest is uitgestort! Sindsdien hebben we meer gehoord of gelezen over wie Hij is en wat Hij doet. Het bijbelgedeelte van vandaag geeft een prachtige inkijk, in wat de Geest doet. Romeinen 8 is een schitterend hoofdstuk! Een van mijn lievelingsgedeelten.

Boven dit hoofstuk staat als opschrift: ‘Leven door de Geest’.

Paulus heeft in het begin mooie dingen gezegd over de Geest (v. 2/4/9/11/14-16):

God, “die Christus heeft opgewekt, zal ook uw sterflijk lichaam lévend maken door zijn Geest, die in u woont”. En: “Wie door Gods Geest geleid worden, zijn kinderen van God.” En ook dat de Geest ons leert God aan te roepen met “Abba, Vader”.

Paulus eindigt het eerste deel van Romeinen 8 met een ‘brug’ naar het tweede deel:

“Wij delen in zijn lijden om ook met Hem te kunnen delen in zijn luister” (v. 17).

Lijden en luister; narigheid en heerlijkheid – twee tegenstellingen die het vervolg van Romeinen 8 typeren, en ook ons leven. Het lijden leidt in Paulus’ tweede deel tot een drievoudig zuchten: van de schepping, van onszelf én van de Geest!

Allereerst zucht de schepping. Paulus vergelijkt die schepping met een vrouw die barensweën heeft. Moeders weten wat dat is: een pijnlijk proces met zuchten en de weeën wegpuffen. Reikhalzend zie je dan uit naar de geboorte van je kind! Zo is ‘t ook met het “lijden van deze tijd”. Je verlangt ernaar dat dat voorbij is. Paulus zegt dan (v. 18): “Het lijden staat in geen verhouding tot de luister die ons zal worden geopenbaard”: Gods nieuwe wereld, waar God met zijn kinderen ongestoord zal wonen. Mooi, maar zover is ‘t nog niet! De schepping zucht onder zinloosheid en onder slavernij van de vergankelijkheid (v. 20-21). In onze tijd zien we dat: aardbevingen, hongersnood, klimaatcrisis, uitputting van de aarde, overstromingen en droogte. Geweld en oorlogen vernietigen de schepping. Wie zal haar helpen, verlossen? De schepping zucht. En die niet alleen!

Ook wij, die die de Geest hebben gekregen, zuchten (v. 23).

Ons leven kent zo haar eigen moeilijke, verdrietige dingen: teleurstellingen, relaties die verstoord zijn, pijn, ziekte. Daarom zijn er ziekenhuizen en verpleeghuizen,

waar we vergankelijkheid voelen en zien. Met alle verdriet en vragen die er zijn. Vragen waar je meestal geen antwoord op krijgt. Er wórdt wat gezucht, door u en mij! Oók als je de Geest hebt ontvangen.

Maar…, klinkt er dan: er is hoop! Jezus Christus zál verlossing brengen. Ook van ons “sterfelijk bestaan” (v. 23-24). Nee, dat zíe ik nog niet. Jezus loopt nu niet rond in ziekenhuizen en verpleeghuizen. Eerder genas Hij mensen als tekens van zijn komende rijk: “In die hoop zijn we gered.”

Wát u ook lijdt, hóe u ook zucht, wéét dat er hoop gloort! Zoals na weeën er nieuw leven gloort, omdat er een kind wordt geboren. Hoop. Dat moet ik aldoor weer horen, als ik ’t niet weet! En de Geest zegt: Hou vol als je ’t nog niet ziet; blijf volharden! (v. 25).

Mensen vinden ‘t lastig vol te houden, vooral bij tegenslag. Er waren goede, mooie, maar ook onvolmaakte dingen. Er waren momenten van weten hoe je verder kon, maar ook momenten waarop ik

het niet meer weet en hulpeloos ben.

Zwakheid speelt ons parten: in ons karakter, onze wil, ons denken en doen. Ik herken dat. Ook als Paulus zegt: “Wij weten niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen” (v. 26b). Bidden is goed, wéten we. Maar als wij ’t soms niet weten, valt blijven bidden ons zwaar. Bereiken mijn gebeden de hemel wel?

Daarom ben ik zo blij, dat “de Geest onze zwakheid te hulp komt!” (v. 26a). Er is Iemand die mij begrijpt, en iets doét, helpt! Hoe dan?

“De Geest pleit voor ons met woordloze zuchten” (v. 26c).

Waar ik wìl, maar soms niet kàn bidden, zwak al ik ben, komt de Geest me te hulp. De Geest komt mijn zwakheid te hulp! Hoe geweldig!

Hij pleit en zucht onhoorbaar voor mij als mijn innerlijke Advocaat bij Jezus, de andere Advocaat boven bij de Vader. Hij beroept zich op het sterke werk van zijn Zoon Jezus. Als ik niet weet hóe te bidden, doet de Geest dat; Hij zucht, Om zo te zeggen: Hij puft met mij mee, de weeën weg. Hij helpt mijn onvolkomen of haperend gebed bij God te brengen – desnoods ook zònder mij.

Het blijft een mysterie hoe deze goddelijke bemiddeling en communicatie werkt.

Het gaat mijn weten of ervaring te boven. Maar ik weet wel, dat het mij allemaal ten goede komt, want “God doorgrondt mij en wéét wat de Geest wil zeggen” (v. 27). Daardoor krijg ik weer moed. Ik sta er niet alleen voor. Ik mag wéten: “voor wie God liefhebben, zal álles bijdragen aan het goede” (v. 28). Alles wat ik niet begreep, wat te veel en te groot voor mij was…. Als ik dat niet wist en geloofde…, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven? Ik was vergaan in al mijn smart en rouw. Maar nu wacht ik en weet ik: Gods kracht daalt – door Gods Geest – in zwakheid op mij neer. Daarom, wacht en verlaat ik me op de Heer (Psalm 27). Daarom zongen we ook Psalm 31: ‘Laat niet zuchten, / wie tot U vluchten. Maar geef moed en krachten, / die hopend op U wachten’. Amen

2e lied: ‘k stel mijn vertrouwen

 

Gebed

Heilige Geest, die uitgaat van de Vader en de Zoon, Wij eren U en belijden U als Heer die levend maakt: de schepping met al wat leeft. Ook ons doet U leven. U helpt, waar wij niet kunnen. Uw zuchten vult het onze aan. U bent de Geest die vereent en geneest, die heilig verklaart en veilig bewaart. U verdient ‘t dat wij U aanbidden en verheerlijken.

Dank U, Heilige Geest, dat U ons leert te bidden tot God als onze Vader. Dank U, Heilige Geest, dat U ons leidt naar Christus, ons sterk maakt in Hem.

God, wij weten een boel wel, en een heleboel vooral ook niet. Geloven en volharden is soms best moeilijk voor ons. Kom ons te hulp, maak de hoop telkens weer levend. U hebt ons ‘niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar van kracht, liefde en bezonnenheid’ (2 Timoteüs 1:7). Wij bidden U: Heilige Geest, vul opnieuw ons hart! Laat uw kracht in onze zwakheid haar werk doen, zodat wij ook elkaar in dit huis en daarbuiten tot hoop en zegen mogen zijn. Zegen wie aarzelen en dreigen te wankelen. Sterk wie worstelen met anderen, zichzelf of met U. In Jezus’ naam, amen.

 

Hartelijke groet van Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim