Sinterklaas Quiz

Sinterklaas vroeger

  1. Waar zetten kinderen vroeger vaak hun schoen in de buurt van?
  2. Wat legden kinderen bij hun schoen voor het paard van Sinterklaas?
  3. Waarom was een sinaasappel vroeger een bijzonder cadeau?
  4. Kregen kinderen in de jaren 50 en 60 meestal veel of weinig cadeaus?
  5. Welke lekkernij hoort traditioneel bij Sinterklaas?
  6. Wat zat er vaak in de schoen van een kind?
  7. Welke letter kreeg een kind vaak als chocoladeletter?
  8. Welk medium was vroeger belangrijk voor Sinterklaasverhalen en -liedjes voordat televisie overal aanwezig was?
  9. Noem een praktisch cadeau dat kinderen vroeger met Sinterklaas konden krijgen.
  10. Wat gebeurde er vroeger soms bij de voordeur tijdens pakjesavond?
  11. Welke soort schoen kon een kind speciaal voor Sinterklaas gebruiken?
  12. Wat deden kinderen vroeger vaak op school tijdens het Sinterklaasfeest?
  13. Welke kleur heeft de traditionele mantel van Sinterklaas?
  14. Wat maakte pakjesavond vroeger zo bijzonder voor veel gezinnen?
  15. Welke lekkernij wordt gemaakt van amandelspijs en is populair rond Sinterklaas?
  16. Wat werd vroeger vaak gebruikt om een surprise van te maken?
  17. Waarom was speelgoed vroeger vaak anders dan tegenwoordig?
  18. Hoe kwamen kinderen vroeger vaak te weten dat Sinterklaas bij de voordeur was geweest?
  19. Welke drie dingen konden kinderen vroeger bijvoorbeeld in hun schoen vinden?
  20. Waarom was Sinterklaas vroeger voor veel kinderen extra spannend?

Antwoorden

  1. Bij de kolenkachel of haard.
  2. Een wortel, hooi of stro.
  3. Omdat sinaasappels vroeger minder vanzelfsprekend waren en daardoor als een bijzondere traktatie werden gezien.
  4. Meestal weinig cadeaus.
  5. Bijvoorbeeld speculaas, pepernoten/kruidnoten, schuimpjes of chocolade.
  6. Bijvoorbeeld pepernoten, snoepgoed, een mandarijn of sinaasappel en soms een klein cadeautje.
  7. De eerste letter van de voornaam.
  8. De radio.
  9. Bijvoorbeeld sokken, wanten, een pyjama, een boek of schoolspullen.
  10. Er werd hard op de deur gebonsd en soms stond er ineens een zak met cadeautjes.
  11. Bijvoorbeeld een nette zondagse schoen.
  12. Sinterklaasliedjes zingen en wachten op het bezoek van Sinterklaas.
  13. Rood.
  14. Het hele gezin kwam gezellig bij elkaar voor liedjes, lekkers en cadeautjes.
  15. Marsepein.
  16. Karton, papier, dozen, kranten of papier-maché.
  17. Er was veel minder elektronisch speelgoed; speelgoed was vaak eenvoudiger en werd jarenlang gebruikt.
  18. Door hard gebons op de deur of doordat er ineens een zak met cadeautjes stond.
  19. Bijvoorbeeld pepernoten, een sinaasappel en een klein cadeautje.
  20. Omdat Sinterklaas geheimzinnig was en kinderen niet wisten wanneer hij zou komen of wat hij zou brengen.