Quiz vragen over verpleegkundige.

Quizvragen

  1. Wat is de belangrijkste reden dat een verpleegkundige regelmatig de vitale functies van een patiënt controleert?
    A. Om te bepalen wanneer de patiënt naar huis mag
    B. Om veranderingen in de gezondheidstoestand op tijd op te merken
    C. Om te bepalen welke maaltijd de patiënt krijgt
    D. Om te controleren of de patiënt genoeg heeft geslapen
  2. Wat betekent triage in de zorg?
    A. Patiënten indelen op basis van de urgentie van hun zorg
    B. Patiënten medicijnen laten ophalen
    C. Patiënten voorbereiden op een operatie
    D. Patiënten naar een andere afdeling brengen
  3. Waarom is handhygiëne zo belangrijk voor verpleegkundigen?
    A. Om de handen zacht te houden
    B. Om verspreiding van ziekteverwekkers te verminderen
    C. Om medicijnen beter te kunnen vasthouden
    D. Om medische apparatuur schoon te maken
  4. Wat is een belangrijke taak bij het toedienen van medicijnen?
    A. Alleen kijken naar de kleur van het medicijn
    B. Controleren of het juiste medicijn aan de juiste patiënt wordt gegeven
    C. De patiënt zelf laten bepalen hoeveel hij krijgt
    D. Medicijnen altijd tegelijk toedienen
  5. Wat wordt bedoeld met observeren in de verpleegkunde?
    A. Alleen naar de patiënt kijken
    B. Gericht informatie verzamelen over de toestand van een patiënt
    C. Alleen vragen stellen aan familieleden
    D. De patiënt zelfstandig laten werken
  6. Waarom is rapporteren belangrijk in de verpleegkunde?
    A. Zodat andere zorgverleners weten wat er met de patiënt is gebeurd
    B. Om de werktijd korter te maken
    C. Om minder met patiënten te hoeven praten
    D. Omdat patiënten verplicht zijn alles op te schrijven
  7. Wat doet een verpleegkundige wanneer de toestand van een patiënt plotseling verslechtert?
    A. Afwachten tot de volgende dienst
    B. De verandering negeren
    C. De situatie beoordelen en zo nodig direct hulp inschakelen
    D. De patiënt naar huis sturen
  8. Wat betekent aseptisch werken?
    A. Werken op een manier waarbij besmetting zoveel mogelijk wordt voorkomen
    B. Zo snel mogelijk werken
    C. Alleen met handschoenen werken
    D. Alleen medicijnen gebruiken
  9. Waarom is communicatie met familieleden van een patiënt soms belangrijk?
    A. Familie kan relevante informatie geven en heeft vaak behoefte aan uitleg en ondersteuning
    B. Familie neemt altijd de taken van de verpleegkundige over
    C. Familie bepaalt altijd de medische behandeling
    D. Familie hoeft nooit informatie te krijgen
  10. Wat is een voorbeeld van een verpleegkundige die klinisch redeneert?
    A. Alleen uitvoeren wat op een lijst staat
    B. Verschillende signalen van een patiënt beoordelen en op basis daarvan passende acties kiezen
    C. Alleen afgaan op wat de patiënt gisteren zei
    D. Altijd dezelfde behandeling gebruiken bij iedere patiënt

Antwoorden

  1. B – Om veranderingen in de gezondheidstoestand op tijd op te merken
  2. A – Patiënten indelen op basis van de urgentie van hun zorg
  3. B – Om verspreiding van ziekteverwekkers te verminderen
  4. B – Controleren of het juiste medicijn aan de juiste patiënt wordt gegeven
  5. B – Gericht informatie verzamelen over de toestand van een patiënt
  6. A – Zodat andere zorgverleners weten wat er met de patiënt is gebeurd
  7. C – De situatie beoordelen en zo nodig direct hulp inschakelen
  8. A – Werken op een manier waarbij besmetting zoveel mogelijk wordt voorkomen
  9. A – Familie kan relevante informatie geven en heeft vaak behoefte aan uitleg en ondersteuning
  10. B – Verschillende signalen beoordelen en passende acties kiezen