Sinterklaasgedicht

Sinterklaas van toen

De schoen stond bij de kachel klaar,
met een wortel voor het paard.
Een beetje hooi, een mooie tekening,
want Sinterklaas was veel waard.

De avond viel, de kamer warm,
de kolenkachel deed zijn werk.
We zongen samen Sinterklaasliedjes,
en iedereen werd vrolijk sterk.

Geen bergen speelgoed op de grond,
geen schermpje in de hand.
Een sinaasappel in de schoen,
dat was een grote schat.

Een chocoladeletter, speculaas,
wat pepernoten erbij.
En als er dan werd aangeklopt,
was iedereen zo blij.

BAM! BAM! BAM! daar op de deur,
zou Sinterklaas er zijn?
De spanning was om te snijden,
voor groot en voor klein.

Een pakje lag ineens voor de deur,
met een touwtje eromheen.
Misschien een boek, misschien wat speelgoed,
maar meestal niet meteen.

We zaten dicht bij elkaar,
met koffie, thee en wat lekkers.
En vader las het Sinterklaasgedicht,
met grapjes en gekke teksten.

De televisie stond misschien wel aan,
maar niemand keek ernaar.
Want op zo’n avond was familie
het allerbelangrijkst van elkaar.

En als de avond was voorbij,
en iedereen naar bed toe ging,
bleef de herinnering nog lang bestaan
aan die gezellige kring.

Want Sinterklaas van vroeger
was misschien wat klein en eenvoudig,
maar juist daarom waren die avonden
zo bijzonder en zo mooi.

Een sinaasappel, een chocoladeletter,
een schoen en wat marsepein…
Soms hoefde er helemaal niet zoveel
om gelukkig te zijn.