De fietsenmaker van vroeger
Daar aan het einde van de straat,
waar altijd wel een fietsje staat,
daar werkte onze fietsenmaker,
een echte vakman, vroeg en later.
Met olie, sleutels, vet en draad,
wist hij altijd goede raad.
Een lekke band of losse ketting,
hij maakte alles zonder vergissing.
De deur ging open, klingeling,
en telkens kwam er wel iets binnen.
“Mijn fiets die kraakt, mijn band is plat,
ik weet niet hoe het verder moet met dat!”
De fietsenmaker keek eens goed,
en wist meteen wat hij doen moet.
Een pomp, een tang, een beetje kracht,
en voor je ‘t wist was ‘t weer gemaakt.
Een damesfiets met grote mand,
een herenfiets met hoge stand,
een kinderfiets met kleine bel,
hij kende iedere fiets zo wel.
De kinderen kwamen na hun school,
hun fietsen maakten soms een hoop kabaal.
Een ketting los, een bandje lek,
de fietsenmaker wist wel raad met dat gebrek.
Geen computer stond er op de plank,
geen schermpje dat hem zeggen kan:
“Dit onderdeel is nu defect.”
Hij luisterde gewoon en keek heel direct.
Met vaste hand en veel geduld,
werd iedere fiets weer goed gevuld.
Een beetje olie, hier wat vet,
en ook de remmen werden goed gezet.
En was de fiets dan weer paraat,
dan kon je verder door de straat.
Naar school, naar werk of naar de winkel,
met een fiets die weer kon trappelen en rammelen.
De fietsenmaker stond altijd klaar,
voor groot en klein, voor jong en oud bij elkaar.
Hij repareerde met plezier,
en kende iedereen uit de buurt hier.
De tijden zijn inmiddels veranderd,
de fietsen zijn heel wat gemoderniseerd.
Maar één ding blijft toch altijd waar:
een goede fietsenmaker staat voor je klaar!
Dus denk nog eens aan die winkel van toen,
met fietsen, gereedschap en een oude schoen.
De geur van rubber, olie en vet,
en iemand die je fiets weer netjes zet.
Een vakman met zijn sleutel in de hand,
die zorgde dat je weer fietsen kan.
En als je vrolijk weg kon gaan,
wist je: mijn fiets kan er weer tegenaan!