Gedicht over een juf

De juf van de jaren zeventig

Met haar tas in haar hand,
kwam de juf iedere morgen aan,
door weer en wind, op de fiets,
de schooldag kon weer van start gaan.

De schoolbel klonk door de gang,
de kinderen kwamen binnen,
met hun schrift en schoolboek klaar,
een nieuwe dag om te beginnen.

“Goedemorgen, allemaal!”
klonk vrolijk door de klas,
de juf stond voor het schoolbord,
waar haar krijtje al te vinden was.

Op de banken lagen schriften,
een pen en een potlood erbij,
en wie goed had opgelet,
maakte de juf soms extra blij.

Er werd gerekend en gelezen,
geschreven, gezongen bovendien,
en tijdens het speelkwartier
werd er heel wat af gezien.

Op het plein werd touwtje gesprongen,
gevoetbald en veel gelachen,
en soms moest de juf eraan te pas komen
om een ruzietje te verzachten.

In de middag kwam geschiedenis,
of tekenen met kleurpotlood erbij,
en soms vertelde de juf een verhaal
waar iedereen stil van werd en blij.

De jaren zeventig gingen voorbij,
met muziek, nieuwe tijden en mode,
maar voor de kinderen bleef de juf
een vertrouwd gezicht in hun schoolperiode.

En als de laatste schoolbel ging,
en iedereen naar huis toe mocht gaan,
bleef de juf nog even achter,
om alles netjes klaar te staan.

Het schoolbord werd schoongeveegd,
de schriften netjes op een rij,
morgen kwamen de kinderen weer,
en begon alles opnieuw, zij aan zij.

Een juf uit de jaren zeventig,
met warmte, geduld en een lach,
maakte van een gewone schooldag
een herinnering voor de rest van de dag.