Feitjes en weetjes over de juf van vroeger en nu

De juf van vroeger

  • Vroeger werd een vrouwelijke leerkracht meestal ‘juffrouw’ genoemd. Het woord juf werd later steeds gewoner.
  • Een juf stond vaak voor een klas met veel meer leerlingen dan tegenwoordig.
  • In sommige klassen zaten kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar.
  • De juf schreef met krijt op een zwart schoolbord. Een foutje betekende: uitwissen en opnieuw schrijven.
  • Kinderen schreven met een kroontjespen of later met een vulpen. Een inktpotje stond vaak in een gaatje in de schoolbank.
  • Een ongelukje met de inkt kon een flinke vlek in je schrift opleveren!
  • Netjes schrijven werd vroeger erg belangrijk gevonden. Er waren speciale schrijflessen.
  • Rekenen gebeurde vaak uit het hoofd. Tafels moesten regelmatig hardop worden opgezegd.
  • De juf kon een leerling aanwijzen en vragen: “Zeg jij de tafel van zeven eens op.”
  • Hoofdelijk onderwijs kwam veel voor: de juf stelde vragen en kinderen moesten om de beurt antwoorden.
  • Stilzitten was belangrijk. Wie door de klas praatte, kon een waarschuwing krijgen.
  • Sommige kinderen moesten voor straf in de hoek staan of kregen een andere straf.
  • Een veelgebruikte straf was vroeger ook: met de armen over elkaar zitten of een tijdje apart zitten.
  • De juf had vaak een grote lessenaar voor in de klas.
  • In veel oude klaslokalen hing een kaart van Nederland, een wereldkaart of een landkaart aan de muur.
  • Er waren vaak wandplaten waarop bijvoorbeeld planten, dieren, het menselijk lichaam of geschiedenis stonden.
  • Schoolboeken zagen er heel anders uit dan tegenwoordig. Veel informatie werd klassikaal verteld.
  • De juf gaf niet alleen rekenen en taal, maar soms ook handwerken, zingen, tekenen en gymnastiek.
  • Meisjes kregen vroeger op sommige scholen aparte lessen in handwerken, zoals breien, haken en naaien.
  • Een juf moest vroeger vaak zeer keurig gekleed zijn. Een nette jurk of rok was gebruikelijk.
  • In de jaren 50 en 60 droegen veel juffen bijvoorbeeld een jurk, rok of blouse, soms met een vestje.
  • Een juf had vroeger vaak behoorlijk veel gezag. Als de juf sprak, werd er verwacht dat de klas luisterde.

Weetjes uit de oude schooltijd

  • De bekende schoolbel was vroeger een belangrijk geluid. Als hij ging, wist iedereen: de les begint of is afgelopen.
  • Een schoolbord was vroeger vaak letterlijk zwart. Tegenwoordig zijn veel schoolborden groen of vervangen door digitale schermen.
  • Voor de komst van de kopieermachine werden werkbladen veel minder gemakkelijk vermenigvuldigd.
  • Een juf kon een stencilapparaat gebruiken om opdrachten te maken. De geur van verse stencils is voor veel ouderen herkenbaar.
  • Op sommige scholen werd nog gebruikgemaakt van telramen.
  • Bij aardrijkskunde en geschiedenis waren grote wandkaarten en schoolplaten belangrijke hulpmiddelen.
  • Voor muziek stond er soms een piano of harmonium in de klas.
  • Zingen was een vast onderdeel van de schooldag.
  • Kinderen leerden liedjes die ze vervolgens gezamenlijk zongen.
  • Een schooldag bestond vaak uit een duidelijk vast ritme: lezen, rekenen, schrijven, zingen en pauze.
  • De schoolmelk is voor veel mensen een bekende herinnering aan de lagere school. In Nederland kregen kinderen op veel scholen melk tijdens de schooldag.
  • De juf kon soms precies zien wie er met zijn gedachten ergens anders zat. Even een blik van de juf kon al genoeg zijn!

 De juf van nu

  • Tegenwoordig spreken kinderen een vrouwelijke leerkracht meestal aan met ‘juf’.
  • De klas is vaak ingericht met verschillende werkplekken in plaats van alleen maar rijen banken.
  • Het digitale schoolbord heeft op veel scholen het traditionele krijtbord vervangen.
  • De computer, tablet en digitale lesprogramma’s zijn onderdeel geworden van het onderwijs.
  • Een juf gebruikt tegenwoordig allerlei verschillende manieren om les te geven.
  • Kinderen kunnen zelfstandig werken, samenwerken of instructie krijgen in een klein groepje.
  • Er is tegenwoordig veel aandacht voor verschillende leerbehoeften van kinderen.
  • Een juf doet daarom veel meer dan alleen lesgeven.
  • Ze houdt bijvoorbeeld de ontwikkeling van kinderen bij en overlegt met ouders en collega’s.
  • Ook sociale vaardigheden, samenwerken en zelfstandig worden krijgen veel aandacht.
  • Een moderne juf gebruikt naast boeken ook filmpjes, digitale oefeningen, spelletjes en andere materialen.
  • De juf staat tegenwoordig vaak niet meer de hele dag vóór de klas. Ze loopt rond en begeleidt kinderen tijdens hun werk.
  • Op veel scholen werken juffen samen met meerdere leerkrachten en onderwijsassistenten.
  • De administratie is veranderd: veel zaken worden digitaal bijgehouden.
  • Contact met ouders gaat tegenwoordig gemakkelijk via e-mail, ouderapps of digitale systemen.
  • De juf van nu heeft dus niet alleen een krijtje nodig, maar soms ook een laptop, tablet en digitale lesprogramma’s