- Een schipper bestuurt en begeleidt een schip en is verantwoordelijk voor een veilige vaart.
- Schippers kunnen werken op rivieren, kanalen, meren en zeeën.
- Een schipper moet goed kunnen navigeren en weten waar het schip zich bevindt.
- Aan boord moet een schipper rekening houden met stroming, wind, waterstanden en andere schepen.
- Sommige schippers vervoeren goederen, zoals containers, zand, graan of brandstof.
- Andere schippers vervoeren passagiers, bijvoorbeeld op rondvaartboten of veerboten.
- Communicatie is belangrijk: schippers gebruiken onder andere marifoons om contact te houden met andere schepen en verkeersposten.
- Een schipper kan op onregelmatige tijden werken, soms ook ‘s nachts.
- Veiligheid is een van de belangrijkste onderdelen van het beroep. Een schipper moet weten wat hij moet doen bij bijvoorbeeld brand, motorproblemen of een man-overboord-situatie.
- Op kleinere schepen helpt een schipper soms ook met onderhoud en reparaties.
- Het weer speelt een grote rol. Mist, storm en harde wind kunnen het varen moeilijker maken.
- Een schipper moet kennis hebben van vaarregels en vaarwegen.
- Op grote schepen werkt een schipper vaak samen met een bemanning.
- Sommige binnenvaartschippers wonen tijdens hun werk aan boord van het schip.