Een schooldag met juffrouw De Vries
Het is een frisse ochtend, ergens in de jaren vijftig. De straten van het dorp zijn nog stil. Hier en daar klinkt het geluid van een fietsbel en uit sommige schoorstenen komt een dunne rookpluim.
Juffrouw De Vries staat vroeg op. Ze trekt haar nette jurk aan en doet een vestje eroverheen. Haar haar zit keurig en voordat ze naar school gaat, drinkt ze thuis een kopje koffie.
Dan pakt ze haar leren schooltas.
Op de fiets gaat ze naar school. De banden rollen over de klinkers en haar jas wappert een beetje in de wind.
Bij de school aangekomen zet ze haar fiets in het fietsenrek. Ze heeft een sleutel en opent zelf de zware voordeur.
In de gang ruikt het naar boenwas, hout en kolen.
De klas klaarmaken
In het klaslokaal staat een grote kolenkachel. Het is er nog een beetje koud. De juf kijkt of de kachel goed brandt en legt wat kolen klaar.
Daarna opent ze de gordijnen.
De klas ziet er vertrouwd uit: houten schoolbanken staan in keurige rijen. In iedere bank zit een inktpotje. Voor in het lokaal staat een grote lessenaar en aan de muur hangen een paar grote schoolplaten.
Op het zwarte schoolbord schrijft ze met krijt:
Maandag 14 maart 1955
Daaronder schrijft ze:
Rekenen: de tafel van 7
Lezen: hoofdstuk 12
Schrijven
Ze legt de leesboeken klaar en controleert haar lesvoorbereiding.
Dan hoort ze buiten kinderen aankomen.
Goedemorgen juffrouw!
De voordeur gaat open en de gang vult zich met stemmen.
“Goedemorgen juffrouw!”
“Goedemorgen kinderen.”
De kinderen hangen hun jassen aan de kapstok en gaan naar hun plaats.
De juf wacht tot iedereen stil is.
“Handen op tafel en voeten onder de bank.”
Langzaam wordt het stil.
Dan begint de schooldag.
Rekenen en de tafels
De juf schrijft sommen op het bord.
“Wie weet hoeveel zeven keer acht is?”
Een heleboel handen gaan omhoog.
“Ja, Henk?”
“Zesenvijftig!”
“Goed zo.”
Daarna moeten de kinderen de tafels oefenen. Soms vraagt de juf onverwacht een leerling om een tafel op te zeggen.
“Truus, de tafel van zes.”
Truus staat naast haar bank.
“Zes één is zes, zes twee is twaalf…”
De andere kinderen luisteren.
Wie een fout maakt, moet opnieuw beginnen.
Schrijven met inkt
Na het rekenen is het tijd om te schrijven.
De kinderen halen hun kroontjespen tevoorschijn. Voorzichtig dopen ze de pen in het inktpotje.
“Niet te veel inkt,” waarschuwt de juf.
De kinderen schrijven langzaam en netjes hun zinnen.
Een jongen maakt een lelijke inktvlek.
“O juffrouw…”
De juf loopt naar hem toe.
“Leg er maar een vloeipapiertje op.”
Het vloeipapier neemt de inkt op.
“En de volgende keer iets minder diep in de inktpot.”
De jongen knikt.
Lezen
Daarna is het tijd om te lezen.
De kinderen lezen om de beurt een stukje uit hun leesboek. De juf luistert aandachtig.
“Rustig lezen, Marie. Niet zo snel.”
Een ander kind heeft moeite met een woord. De juf helpt het woord in stukjes te verdelen.
Buiten horen ze een fiets voorbijrijden.
Binnen tikt de klok rustig verder.
Schoolmelk
Dan is het tijd voor de pauze.
Op school krijgen de kinderen hun schoolmelk. De flesjes worden uitgedeeld.
Sommige kinderen drinken hun melk meteen op. Anderen trekken een vies gezicht.
“Niet zo moeilijk kijken,” zegt de juf met een glimlach. “Het is gezond.”
Daarna gaan de kinderen naar buiten.
Op het schoolplein wordt tikkertje gespeeld. Een paar jongens spelen met knikkers en meisjes springen touwtje.
De juf houdt vanaf het plein een oogje in het zeil.
Als twee jongens ruzie krijgen, loopt ze ernaartoe.
“Wat is hier aan de hand?”
De jongens vertellen door elkaar heen.
“Allebei even rustig. We lossen dit samen op.”
Even later spelen ze weer verder.
Aardrijkskunde
Na de pauze gaan de kinderen weer naar binnen.
De juf haalt een grote kaart van Nederland tevoorschijn.
Ze wijst met een lange houten aanwijzer naar verschillende plaatsen.
“Wie weet welke rivier hier stroomt?”
Een meisje steekt haar hand op.
“De Maas!”
“Goed.”
De kinderen leren over provincies, steden, rivieren en de zee.
Aan de muur hangt een grote wandplaat. De juf gebruikt deze om haar verhaal duidelijker te maken.
Geschiedenis
Daarna vertelt ze geschiedenis.
Geen filmpjes of computers, want die zijn er niet.
De juf vertelt gewoon zelf.
De kinderen zitten stil en luisteren.
Ze vertelt over mensen die vroeger anders leefden, over oude beroepen en over het leven in Nederland.
Soms stelt ze een vraag.
“Hoe zouden jullie het vinden als er thuis nog geen televisie was?”
Een paar kinderen lachen.
“Wij hebben thuis wél een televisie!”
De juf glimlacht.
“Dan zijn jullie een van de gelukkigen.”
Zingen
Na de middagpauze is het tijd om te zingen.
Voor in de klas staat een piano.
De juf gaat zitten en speelt de eerste tonen.
De kinderen zingen mee.
Sommigen heel hard, anderen heel zacht.
“Nog een keer,” zegt de juf.
Ze begint opnieuw.
Dit keer klinkt het gezang door de hele school.
Handwerken en tekenen
De meisjes krijgen handwerkles. Er wordt gebreid, genaaid en geborduurd.
De jongens zijn ondertussen bezig met een andere opdracht.
Later mogen alle kinderen tekenen.
Kleurpotloden komen op tafel.
Een jongen tekent een boerderij met een rode schuur. Een meisje tekent haar huis met een grote boom ervoor.
De juf loopt tussen de banken door.
“Wat een mooie tekening.”
Ze kijkt naar het werk en geeft af en toe een tip.
De laatste bel
Aan het einde van de middag klinkt de schoolbel.
De kinderen pakken hun schooltas.
“Dag juffrouw!”
“Dag kinderen. Tot morgen!”
De deur valt dicht.
En dan is het ineens stil.
De juf kijkt de klas rond.
Ze wist het schoolbord schoon. Ze verzamelt de schriften en legt de boeken netjes op een stapel.
Ze controleert de kolenkachel en kijkt of alle ramen dicht zijn.
Daarna gaat ze achter haar lessenaar zitten.
Er moeten nog schriften worden nagekeken.
Met haar rode potlood zet ze een paar krullen en schrijft ze hier en daar:
Goed gedaan!
Buiten wordt het langzaam donker.
Op het schoolplein staat haar fiets al klaar.
Als ze uiteindelijk naar huis fietst, is haar werkdag nog niet helemaal voorbij. Thuis moet ze misschien nog haar lessen voor morgen voorbereiden.
Maar ze weet:
Morgenochtend staat ze hier weer.
De houten banken wachten.
De inktpotjes staan klaar.
Het schoolbord is schoon.
En als de eerste kinderen binnenkomen, klinkt opnieuw:
“Goedemorgen juffrouw!”