Quiz week 42

Quiz: De Piloot – 30 vragen

Vragen

  1. Hoe wordt een piloot ook wel genoemd?
  2. Wat is de belangrijkste taak van een piloot?
  3. Hoeveel piloten zitten er meestal in de cockpit van een groot passagiersvliegtuig?
  4. Hoe wordt de belangrijkste piloot in de cockpit genoemd?
  5. Welke taak heeft de copiloot?
  6. Wat droegen piloten in de jaren 50 en 60 vaak tijdens hun werk?
  7. Hoe zag een cockpit er in de jaren 50 en 60 ongeveer uit?
  8. Waarmee navigeerden piloten vroeger voordat GPS bestond?
  9. Waarom was vliegen in de jaren 50 en 60 voor veel mensen bijzonder?
  10. Waarvoor werd Schiphol oorspronkelijk gebruikt?
  11. In welk jaar werd de KLM opgericht?
  12. Wat betekent de afkorting KLM?
  13. Hoe werd de Boeing 747 ook wel genoemd?
  14. Wat is een automatische piloot?
  15. Kan een vliegtuig nog vliegen als één motor uitvalt?
  16. Wat is turbulentie?
  17. Waarom houden piloten rekening met het weer voordat ze vertrekken?
  18. Waarom stijgen vliegtuigen vaak op tegen de wind in?
  19. Hoe heet de baan waarop een vliegtuig opstijgt en landt?
  20. Wie houdt vanuit de verkeerstoren contact met vliegtuigen?
  21. Waarom gebruiken piloten een checklist?
  22. Welke bijzondere Nederlandse vrouw behaalde in 1911 haar vliegbrevet?
  23. Hoe lang duurde een reis van Nederland naar Nederlands-Indië ongeveer in 1925?
  24. Welke medewerker zat vroeger soms naast de piloten in de cockpit om de vliegtuigmotoren en systemen te controleren?
  25. Wat gebruikten piloten vroeger veel meer dan tegenwoordig om hun route te bepalen: kaarten of computers?
  26. Waarom zijn de deuren van moderne cockpits goed beveiligd?
  27. Wat is een ‘black box’ in een vliegtuig?
  28. Welke kennis heeft een piloot naast het besturen van een vliegtuig nog meer nodig?
  29. Wat gebeurt er tijdens een landing met het vliegtuig?
  30. Wat is er, ondanks alle moderne computers en techniek, hetzelfde gebleven voor de piloot van vroeger en de piloot van nu?

✈️ Antwoorden

  1. Vliegenier.
  2. Het veilig besturen en controleren van het vliegtuig en zorgen dat de passagiers veilig op hun bestemming komen.
  3. Meestal twee piloten.
  4. De gezagvoerder of captain.
  5. De copiloot helpt de gezagvoerder bij het besturen, controleren en voorbereiden van de vlucht.
  6. Een net uniform, vaak met een pet en gouden strepen op de mouwen.
  7. De cockpit stond vol met meters, wijzers, knoppen, schakelaars en instrumenten. Er waren veel minder digitale schermen dan tegenwoordig.
  8. Met papieren kaarten, kompassen, instrumenten en radionavigatie.
  9. Vliegen was veel minder gewoon dan tegenwoordig. Voor veel mensen was een vliegreis een bijzondere gebeurtenis of zelfs een luxe.
  10. Als militair vliegveld.
  11. 1919.
  12. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij.
  13. De Jumbo Jet.
  14. Een systeem waarmee het vliegtuig bepaalde onderdelen van de vlucht automatisch kan uitvoeren, zoals het vasthouden van een bepaalde koers of hoogte.
  15. Ja. Een vliegtuig is ontworpen om onder bepaalde omstandigheden met één uitgevallen motor verder te kunnen vliegen en veilig te kunnen landen.
  16. Onrustige bewegingen van de lucht waardoor een vliegtuig kan schudden of onverwacht kan bewegen.
  17. Om te weten welke omstandigheden ze onderweg kunnen verwachten en om de veiligste route te bepalen.
  18. Omdat de vleugels dan extra luchtstroom krijgen en het vliegtuig daardoor gemakkelijker kan opstijgen.
  19. De start- en landingsbaan, oftewel de runway.
  20. De luchtverkeersleiding.
  21. Om belangrijke handelingen niet te vergeten en de vlucht zo veilig mogelijk uit te voeren.
  22. Beatrix de Rijk. Zij behaalde in 1911 haar vliegbrevet en was de eerste Nederlandse vrouw met een vliegbrevet.
  23. Ongeveer 55 dagen.
  24. Een boordwerktuigkundige of flight engineer.
  25. Kaarten.
  26. Om de cockpit en de bemanning beter te beschermen tegen onbevoegde toegang.
  27. Een vluchtrecorder die belangrijke gegevens van een vlucht bewaart. Er is meestal een flight data recorder en een cockpit voice recorder.
  28. Onder andere kennis van navigatie, meteorologie, vliegtuigtechniek, communicatie en noodprocedures.
  29. Het vliegtuig daalt gecontroleerd naar de landingsbaan en de piloten zorgen ervoor dat het veilig tot stilstand komt.
  30. De verantwoordelijkheid voor een veilige vlucht. Ondanks alle moderne techniek blijft de piloot verantwoordelijk voor het goed beoordelen van situaties en het veilig uitvoeren van de vlucht.