Weekopening De Westerkim

Maandag 19 oktober

Terugleven of vooruitleven? (Job 29-30)

 

1e lied: Wat zou ik zonder U geweest zijn – Gezang 454 (LvdK)

 

Bijbel: Job 29-30 (gedeelten, Bijbel in Gewone Taal)

29 1-2Job zei: ‘Ik zou willen dat alles was zoals vroeger, toen God mij beschermde in de bloeitijd van mijn leven. 3 Hij was voor mij als een licht in het donker. 4 Ik voelde me goed, ik was jong en sterk. God was mijn vriend, Hij zorgde voor mij. 5 De almachtige God was dicht bij me, en ik had mijn kinderen om me heen. 6 Ik had het goed, ik was rijk. 7 Ik was één van de leiders van de stad. Als ik naar een vergadering kwam, 8 gingen de jongeren beleefd opzij en de ouderen groetten mij.

9 Als ik sprak, zwegen andere leiders en luisterden ze vol aandacht. (…) 12 Ik hielp arme en machteloze mensen, ik beschermde kinderen zonder vader. 13 Weduwen gaf ik steun, mensen met wie het slecht ging, waren mij dankbaar. 14 Ik was eerlijk. Ik gaf de mensen waar ze recht op hadden. (…) 18 Ik verwachtte dat ik heel oud zou worden, en ik dacht dat ik in vrede zou sterven. 19 Ik voelde me krachtig, zo sterk als een boom dicht bij het water. 20 Iedereen had respect voor mij. Elke dag kreeg ik nieuwe kracht. 21 Iedereen wilde mijn mening horen.

22 Als ik was uitgesproken, dachten ze na over mijn woorden. 23 De mensen wilden geen woord missen. 24 Ik lachte naar hen, en dat gaf hun vertrouwen. Ik was vriendelijk, en dat gaf hun moed. 25 Ik troostte ieder die verdriet had. 30 1-9 Maar nu lachen dwaze jonge mensen mij uit! (…) Ze spotten met mij, maken grappen over mij! (…) 11 God heeft mijn kracht weggenomen. Nu ben ik zwak en hulpeloos (…) 20 God, ik roep om hulp, maar U antwoordt niet.

Ik sta hier, maar U wilt me niet zien.

Prediker 7 10 Je moet je niet afvragen waarom vroeger alles beter was dan nu. Dat is niet erg verstandig.

Overdenking Terugleven of vooruitleven? (Job 29-30)

Ik pakte afgelopen week het dagboek ‘Venster op het leven’ van ds. J. Overduin. Deze predikant (1902-1983) werd bekend van zijn boek Hemel en hel in Dachau. Daarin beschrijft hij zijn gevangenschap in dat kamp, nadat hij zich op de kansel uitgesproken had tegen Duitse maatregelen. Na de oorlog schreef ds. Overduin diverse boeken. Ook dit dagboek, dat ik als student graag las vanwege zijn frisheid, ook al was ’t dagboek van 1958.

 

Ik trof enkele rake overdenkingen over de ouderdom aan. Eentje (die van 31 oktober) had een bijzondere titel ‘Terugleven’. Daar zit het woord leven in.

Dat je geboren bent, adem haalt; dat je er bent en er mag zijn. Dat je ook met Gód mag leven, ondanks je zonden en gebreken. Leven: dat is dat God je leven gewíld heeft, en dat je leven zin had en heeft.

 

Dat leven is niet altijd gemakkelijk geweest. Sommigen van u groeiden op in tijden van armoede, oorlog en soms honger. Je moest al jong hard werken. Je kreeg niet altijd de opleiding die je wilde. Vrije tijd was er weinig. Leven was druk, soms overleven: zeker, toen er kinderen kwamen. Pas toen uw kinderen hun eigen leven gingen leiden, kwam er meer rust.

Ondertussen zijn uw krachten naar lichaam en geest minder geworden. De behoefte aan zorg neemt toe. Daarom komt u naar de dagbesteding of woont u in de Westerkim. Gesprekken hier gaan vaak over ons leven; wat we meemaakten. We kijken a.h.w. door een venster terug op ons leven; we leven terug.

Vroeger was ‘t gemoedelijk, dronk je thee met moeder na school, had je tijd voor elkaar.

Nu heeft niemand tijd; moeders werken en iedereen zit maar op z’n mobiel.

Vroeger mocht je niks en zaten kerken vol, maar nu mag alles, lopen kerken leeg. Vroeger leefden m’n ouders, m’n familie, man/vrouw nog, maar nu ben ik alleen.. Als vandaag de glans van het leven af is, verlangen we terug naar dat verleden.

Terugleven: dat doet Job ook. Job had het ‘t eerst goed. Maar op een rampzalige dag verloor hij huis en haard, zijn kinderen. Toen hij onder de zweren kwam te zitten, liet zijn vrouw hem ook in de steek. Wie hem wél opzoeken, zijn vier vrienden. Die zwijgen eerst. Als ze in gesprek gaan, denken ze te weten wat er aan de hand is: God straft je vast voor verborgen zonden. Terwijl God van Job had gezegd: niemand zo rechtvaardig als Job!

Job zit in diepe ellende. Niets is over van zijn vroegere gezin, rijkdom en aanzien.

Geen wonder dat Job ging terugleven: ‘Was alles maar zoals vroeger, toen ik jong was, in de bloeitijd van mijn leven, en God mij beschermde. (Job 29)

Toen lukte me alles, was ik rijk, ging het goed. Toen had iedereen respect voor mij. Toen werd met mijn advies en mening rekening gehouden. Toen spraken armen en weduwen met waardering over me, vanwege de hulp en troost die ik bood. Toen stonden jongeren beleefd aan de kant, want meneer Job kwam voorbij…

Maar nu… steken jongeren de gek met me en bespotten me.

Nu ben ik zwak en doen vijanden met me wat ze willen.

Zelfs God heeft me nu de rug toegekeerd. (Job 30) Zo leeft Job terug.

Herkent u die neiging om ‘terug te leven’? U hebt misschien niet zoveel verloren als Job. Toch herkent u verlies in uw situatie. Oud-worden houdt vaak ook ontluistering in. We zeggen dan: ‘Oud worden is een zegen, oud zijn valt tegen.’ Je gaat vergelijken. De jongere generatie weet niet wat u vroeger gedaan hebt. Als oudere heb je het gevoel dat je nu niet meer meetelt. Dan kun je zó over vroeger praten, dat je het verleden gaat romantiseren en idealiseren.

Toen hadden de mensen nog wat over voor elkaar. Toen ging ’t niet zo gemakkelijk als nu. Toen kenden ze nog verantwoordelijkheidsgevoel. In één woord: vroeger was ’t beter dan.

Er is niets nieuws onder de zon! De Prediker weet er ook van in zijn tijd. Dit idealiserend terugleven, zegt hij ‘getuigt van weinig wijsheid.’ (Prediker 7:10) Waarom is dat niet wijs? Omdat élke tijd – vroeger én nu – haar eigen lasten en zonden kent. Elke tijd kent ook dezelfde genade die Christus in alle tijden geeft.

In élke tijd komt ‘t aan op wijsheid: dat we God eerbiedig kennen en vertrouwen. Want Hij is de God van heden én verleden én toekomst. En ‘Jezus Christus is gisteren, heden dezelfde tot in eeuwigheid.’ (Hebreeën 13:8)

Ja, we kunnen terugleven, het verleden idealiseren. Maar we kunnen verleden – met alle mooie en minder mooie kanten – ook bij God brengen. Bij Hem die ‘is en die was en die komt’. (Openbaring 1:8) Dan kun je vooruitleven. Dat is: toekomstgericht leven.

Christus bemoedigt ook óns onderweg: ‘Ik ben met u, álle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld.’

Niet alleen vroeger. Ook nu. (Matteüs 28:20)

Ons leven hier heeft z’n langste tijd gehad. Maar wie gelooft, die weet:

het mooiste en allerlangste deel moet nog komen! Als Jezus terugkomt, zal ook ‘mijn armzalig lichaam gelijk worden aan Jezus’ verheerlijkte lichaam.’ (Filippenzen 3:21). Dat mag ons nu al troosten bij verdriet, pijn en tweestrijd. Goddank, we mogen terugleven, maar óók vooruitleven. Schuil bij God die u ‘eens laat herleven.’ (Psalm 71) Gods goedheid is groot, en het eeuwige leven zal dat ook zijn.

Amen

2e lied: HEER, laat mij schuilen in uw hoede – Psalm 71 (LvdK; v. 12: GKB)

Gebed mee n.a.v. ‘Wat vliedt of bezwijkt, getrouw is mijn God’ – Gezang 470 (LvdK)

Here, wat er ook vroeger was, wat er ook is hier en nu of in de toekomst nog zal komen, wil ons niet overgeven aan heimwee en wanhoop, aan twijfel en vrees. Wat er ook verdwijnt of bezwijkt, blijf ons nabij, in het wisselend lot. Als ons hart beeft in het heetste van de strijd, vertroost ons met uw liefde altijd. Doe ons als wij terugleven in de tijd, toch ook vooruitleven, ziende op U. Als U ons vertroost, is geen kruis te zwaar; dan vrezen we geen dood of gevaar. Geef dat wij U prijzen, en uw trouw ook in donkere nachten bezingen. Ja, dat wij U nog prijzen in het uur van onze dood: ‘Uw goedheid is groot!’ Ontferm U over bewoners en familie, medewerkers en vrijwilligers, ziek of gezond. Zegen wie nederig zijn van hart; voor hen is uw rijk. Zegen wie treuren, want zij zullen getroost worden. Zegen wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden’. Zegen de vredestichters, want zij zullen uw kinderen genoemd worden. Gezegend bent U, die leven geeft en leven doet. Amen

 

Hartelijke groet van Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim