Feitjes over de piloot
- Een piloot bestuurt niet altijd zelf het vliegtuig.
Tijdens een groot deel van de vlucht kan de automatische piloot het vliegtuig besturen. De piloten blijven ondertussen voortdurend controleren of alles goed gaat. - Er zitten meestal twee piloten in de cockpit.
De gezagvoerder (captain) heeft de eindverantwoordelijkheid en de copiloot helpt bij het besturen en controleren van het vliegtuig. - Vroeger waren er meer mensen in de cockpit.
In oudere vliegtuigen werkten naast de piloten bijvoorbeeld een boordwerktuigkundige, navigator en radiotelegrafist. Tegenwoordig is de bemanning veel kleiner. - Vroeger mochten passagiers vaak in de cockpit kijken.
Vooral vroeger was de cockpitdeur tijdens de vlucht regelmatig open. Kinderen konden soms zelfs bij de piloten komen kijken. - Een vliegtuig kan nog een heel eind vliegen als een motor uitvalt.
Een vliegtuig valt niet zomaar als een steen naar beneden: zonder motorvermogen kan het nog steeds zweven en kunnen piloten een geschikte plek zoeken om te landen. - Piloten moeten enorm veel leren.
Ze krijgen niet alleen les in vliegen, maar ook in navigatie, meteorologie, vliegtuigtechniek, communicatie en noodprocedures. - Een piloot moet regelmatig opnieuw examens en trainingen doen.
Het vliegbrevet is dus niet simpelweg: één keer halen en daarna voor altijd vliegen. - Piloten gebruiken vroeger én nu kaarten.
Tegenwoordig spelen computers en GPS een enorme rol. Voor de komst van GPS moesten piloten veel meer zelf navigeren. - De eerste vrouwelijke Nederlandse piloot was Beatrix de Rijk.
Zij behaalde in 1911 haar vliegbrevet in Frankrijk. Daarmee was zij de eerste Nederlandse vrouw met een vliegbrevet. - De eerste gemotoriseerde vlucht in Nederland vond al in 1909 plaats.
Graaf Charles de Lambert vloog toen met een Wright Flyer ongeveer 1 kilometer. De vlucht duurde slechts 3,5 minuut! - Schiphol begon als militair vliegveld.
In 1916 landden daar de eerste militaire vliegtuigen. Pas later werd Schiphol een luchthaven voor burgerluchtvaart. - De eerste KLM-vlucht naar Schiphol was in 1920.
De Britse piloot Jerry Shaw vloog met een De Havilland DH-16 van Londen naar Amsterdam. - Een vlucht naar Nederlands-Indië duurde vroeger ontzettend lang.
De eerste vlucht van Schiphol naar Nederlands-Indië in 1925 duurde maar liefst 55 dagen! - Vliegtuigen proberen meestal tegen de wind in op te stijgen.
Daardoor krijgen de vleugels bij een lagere snelheid al voldoende luchtstroom en kan het vliegtuig eerder opstijgen. - Piloten hebben een eigen soort ‘taal’.
In de cockpit wordt veel met vaste termen en afgesproken procedures gewerkt. Dat voorkomt misverstanden. - Op lange vluchten kunnen piloten rusten.
Bij langeafstandsvluchten zijn er extra piloten aan boord. Terwijl één of meer piloten rusten, blijven er voldoende piloten wakker om de vlucht te bewaken. - Piloten eten soms bewust niet hetzelfde.
Bij sommige luchtvaartmaatschappijen krijgen de piloten verschillende maaltijden. Mocht één maaltijd bijvoorbeeld problemen veroorzaken, dan is niet iedereen tegelijk ziek. - De piloot ziet veel meer dan alleen wolken.
Vanuit de cockpit kunnen piloten bij helder weer enorme afstanden over het landschap kijken. Rivieren, kustlijnen, steden en berggebieden zijn soms goed herkenbaar. - Een piloot kan heel vroeg of juist midden in de nacht werken.
Het beroep kent onregelmatige werktijden. Een vlucht kan bijvoorbeeld al vertrekken terwijl de meeste mensen nog slapen. - Koning Willem-Alexander was jarenlang piloot. 👑✈️
Hij vloog jarenlang als gastvlieger bij KLM en bestuurde onder andere de Fokker 70. Later werd hij opgeleid voor de Boeing 737