Weekopening De Westerkim

Maandag 21 september

‘Denk aan de vrouw van Lot!’ (Genesis 19: 26 en Lucas 17: 32)

 

1e lied: HEER, ik hef mijn hart en handen

Bijbel: Genesis 19, m.n. vers 26 (verkort) – Lot en zijn vrouw ontvluchten Sodom

Voorafgaand: De HEER verscheen aan Abraham en Sara in drie mannen, die hen bezochten en een zoon beloofden. Ook onthulde de HEER aan Abraham zijn plan om de slechte stad Sodom te verwoesten. Omdat neef Lot er woonde, nam Abraham ‘t op voor die stad: ‘Als er nu 50,40,30,20 of 10 onschuldigen zijn?’ ‘Dan gaat het niet door’, zei de HEER, die daarna vertrok. Genesis 19: De andere twee – engelen – kwamen ’s avonds in Sodom. Zij konden in het huis van Lot eten en overnachten. Maar om middernacht liepen alle mannen van Sodom te hoop bij het huis van Lot en schreeuwden: ‘Breng die mannen buiten, we willen ze pakken!’ Lot ging naar buiten en zei ‘Dit kan echt niet; laat ze met rust!’ Maar boos schreeuwden ze: ‘Wil jij soms als vreemdeling ons de wet voorschrijven? We pakken jou ook!’ De engelen brachten Lot in veiligheid en maakten de mannen blind. Tegen Lot zeiden ze: ‘Ga weg hier met je familie. Nog even en we gaan deze slechte stad verwoesten.’ Lot zei tegen zijn schoonzoons: ‘Ga weg uit deze stad, want de HEER gaat haar verwoesten.’ Maar zij namen hem niet serieus.

Toen het licht werd, zeiden de engelen: ‘Vlug, ga weg met je vrouw en twee dochters, anders kom je om.’ Toen Lot aarzelde, grepen ze hem, zijn vrouw en dochters, omdat de HEER hen wilde sparen. Buiten de stad bleven ze staan. Toen zei een engel: ‘Vlucht de bergen in! Kijk niet om en sta nergens stil. Anders kom je om.’ Lot vroeg: ‘Dat stadje daar dichterbij zou mijn redding zijn.’ Hij zei: ‘Ik ben je ter wille, maar vlucht snel, want eerder kan ik niets doen.’ Toen Lot er was, liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur op Sodom en Gomorra vallen. Dat vernietigde de steden en het dal er omheen; alle mensen stierven.

De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout.

’s Morgens zag Abraham de rookwolken; ter wille van hem had God Lot laten ontkomen.

Bijbel: Lucas 17: 26-33, m.n. vers 32 (verkort) – Jezus over zijn terugkomst

En zoals het eraan toeging in de dagen van Noach …. of in de dagen van Lot, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten en ze bouwden. Maar op de dag waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen allen om. Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard. (…) Denk aan de vrouw van Lot! Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden.

Overdenking 1 ‘Denk aan de vrouw van Lot!’ (Genesis 19: 26 en Lucas 17: 32)

Het is een van de meest dramatische en raadselachtige beelden uit het Oude Testament: de vrouw van Lot die verandert in een zuil van zout. Het gebeurt in een flits, midden in de vlucht uit het brandende Sodom. God had een duidelijke grens gesteld: ‘Vlucht voor je leven! Laat je redden en kijk niet achterom!’ Maar zij keek wél.

 

Als je dit verhaal vluchtig leest, lijkt de straf misschien buitenproportioneel. Was het pure nieuwsgierigheid?

Wilde ze gewoon zien wat er gebeurde? De Bijbel nodigt ons uit om dieper te kijken.

Haar achteromkijken was geen snelle, toevallige blik.

Het was een blik vol weemoed, vol verlangen en vol spijt.

Haar voeten liepen weliswaar op het pad van de redding, maar haar hart was nog achtergebleven in Sodom. Ze kon de stad, haar bezittingen, haar oude vertrouwde leven en misschien wel haar ongelovige familieleden niet echt loslaten.

Jezus Zelf herinnert ons hier eeuwen later aan in het evangelie van Lucas. De farizeeën hadden Hem gevraagd naar het koninkrijk van God, waarover Hij sprak. Raadselachtig zei Hij: ‘Het ligt binnen uw bereik.’ Daarmee bedoelde Hij Zichzelf. Tegen zijn leerlingen zegt Hij daarna: ‘Ik kom plotseling, als een bliksem. Dan zal het gaan als in de tijd van Lot: “De mensen aten en dronken.” Ze leefden zich uit zonder God en gebod. Toen Lot tegen zijn schoonzoons zei: ‘Ga weg, want God gaat de stad verwoesten’, lachten ze hem uit. Maar toen Lot met zijn vrouw en dochters Sodom verliet, kwam er vuur en zwavel op de stad en kwamen allen om. Dan zegt Jezus: ‘Zo zal ‘t zijn op de dag dat ik, de Mensenzoon, kom. Als je Mij dan niet als je volgt als je Redder, zeg Ik: denk aan de vrouw van Lot!’

Waarom doet Hij dat? Allereerst omdat ongeloof vaak op de loer ligt, toen en nu.

Ook omdat achteromkijken een universele menselijke valkuil is. Daar letten we nu vooral op. Want het is de verleiding om te blijven staren naar wat achter ons ligt.

Dat kan gaan om oude zonden waar we stiekem nog naar verlangen. Maar ook gaan om oude patronen, fouten van vroeger, gekoesterde wrok of een nostalgisch verlangen naar ‘de goede oude tijd’.

Dat betekent niet dat we niet meer mogen omkijken naar onze herinneringen. Er is verschil tussen leven in het verleden én het verleden liefdevol met je meedragen. Herinneringen kunnen prachtig zijn. Je mag ervan genieten, ze koesteren, dankbaar voor wat geweest is. Zeker wanneer je afscheid hebt moeten nemen van iemand die je lief was, kunnen herinneringen kostbaar zijn. Ze kunnen kracht geven, troost bieden en iets van die ander dichtbij houden. Tegelijkertijd kunnen diezelfde herinneringen ook intens verdriet oproepen. Een geur, een lied, een foto, een plek – en ineens is het gemis er weer.

Dat verdriet hoeft niet weg. Het hoort bij de liefde die er was en die er nog altijd is.

Daarom is ‘t ook nooit aan een ander om de oproep om ‘naar de toekomst te kijken’ te vertalen met: ‘Je moet wel verder, hè.’ Alsof er ergens een moment komt waarop je genoeg gerouwd hebt, genoeg herinnerd hebt en het verleden achter je moet laten. Een weduwe zei me laatst: ‘In het begin was mijn rouw groot. Als een steen die een glas water vult: weinig ruimte er omheen voor iets anders. Later werd het glas groter, kwam er meer ruimte voor andere mensen en dingen. Het verdriet werd niet kleiner; dat denken mensen vaak. Nee, de ruimte werd groter.’

De toekomst ingaan betekent niet: vergeten. Het betekent niet dat verdriet voorbij moet zijn of dat herinneringen geen plaats meer mogen hebben.

Het betekent wél dat we, mét alles wat we meedragen – liefde, gemis, dankbaarheid en verdriet – erop mogen vertrouwen dat God ook op de weg vóór ons aanwezig is.

Wat gebeurt er als we blíjven achteromkijken? We verstenen. Net als de vrouw van Lot komen we geestelijk vast te zitten. Wie achteromkijkt terwijl hij vooruit rent, struikelt onherroepelijk. Je kunt niet groeien in geloof en vertrouwen, als je hart verankerd ligt in het verleden. Achteromkijken berooft ons van de vrede in het heden en blokkeert de weg naar de toekomst die God voor ons heeft klaarliggen.

De vlucht uit Sodom was een daad van Gods pure genade. Hij greep hen vast toen ze aarzelden. Maar genade vraagt om een antwoord: een onvoorwaardelijk ‘ja’ tegen de toekomst met Hem. God nodigt ons uit om de ketenen van het verleden los te laten. Wat achter je ligt, hoeft niet langer te bepalen waar je naartoe gaat. Laat de zoutpilaar geen monument van angst zijn, maar een wegwijzer naar de vrijheid.

Jezus nodigt ons uit om onze blik te fixeren op Hem, ‘de Leidsman en Voleinder van het geloof.’ (Hebreeën 12:2, NBG 1951) Kijk niet om naar het brandende Sodom van je verleden. Maar strek je uit naar het beloofde land dat voor je ligt. Gods genade trekt je vooruit. Loop met Hem, je Redder, mee, met je gezicht naar het licht.

Amen.

2e lied: Kijk vooruit, loop verder

 

 

Gebed – grotendeels gebaseerd op het gebed van Brenda Koper tijdens de genoemde dienst.

 

Barmhartige God,

Wij danken U voor Uw Woord dat ons wakker schudt. Dank U voor de genade die ons telkens weer uit de diepte trekt en ons een nieuwe start gunt.

Vergeef ons de momenten waarop we blijven staren naar wat achter ons ligt, naar onze fouten, onze twijfels of naar het oude leven dat U juist wilde genezen.

Heer, wij bidden U vandaag voor allen die vastzitten in hun verleden.

Mensen die gebukt gaan onder schuldgevoel, die achtervolgd worden door trauma’s

of die simpelweg de moed missen om vooruit te kijken. Schenk hen de moed om los te laten en geef hen de rust dat hun verleden bij U in goede handen is.

Wij bidden voor Uw kerk en voor de bewoners van ons huis.

Geef ons de kracht om niet te blijven hangen in hoe het vroeger was,

maar met een open en gelovig hart te kijken naar wat U nu van ons vraagt. Geef ons soms kleine geloof weer kleur op de wangen, goede moed en perspectief. Verlos ons van ons ongeloof, en sterk ons verlangen naar uw komst. Wees ook met onze dierbaren, en met allen die hier zich inspannen voor een zinvol leven

in de tijd die U geeft en met de mogelijkheden die we hebben.

Richt onze ogen gezamenlijk op de toekomst, vol vertrouwen in Jezus Christus. In Zijn naam bidden wij.

Amen.

 

Hartelijke groet van Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim