Vragen
- In welk jaar werd de eerste Nederlandse spoorlijn officieel geopend?
- Tussen welke twee plaatsen reed de eerste Nederlandse spoorlijn?
- Hoe heette de locomotief die bij de opening van de eerste Nederlandse spoorlijn werd gebruikt?
- Welke brandstof gebruikten veel stoomlocomotieven?
- Welke belangrijke taak had de stoker op een stoomlocomotief?
- Wat is de belangrijkste taak van een treinmachinist?
- Welke spoorwegmedewerker controleert de kaartjes van reizigers?
- Wat betekent een rood spoorwegsein voor een trein?
- Waarom heeft een zware trein een lange remweg?
- Waaraan kon je vroeger een stoomtrein goed herkennen?
- Waarin konden reizigers vroeger de vertrek- en aankomsttijden van treinen opzoeken?
- Waarvoor dient een wissel op het spoor?
- Welke treinsoort gebruikt een dieselmotor?
- Welke vorm van aandrijving gebruiken veel moderne treinen in Nederland?
- Waarom moest een machinist vroeger de route goed kennen?
- Waarom had een stoomlocomotief water nodig?
- Wat betekent het woord rangeren bij de spoorwegen?
- Waarom waren de eerste treinreizen in de negentiende eeuw zo bijzonder?
- Wat is een perron?
- Wie bestuurt de trein?
- Hoe noem je iemand die vroeger kolen op het vuur van een stoomlocomotief schepte?
- Wat had een stoomlocomotief nodig om stoom te kunnen maken?
- Wat is de taak van een conducteur?
- Waarvoor dienen de rails?
- Wat is een spoorboekje?
- Waarom klinkt een trein bij een overweg vaak met een fluit of hoorn?
- Wat was vroeger een belangrijk vervoermiddel vóór de komst van de trein?
- Wat zie je vaak boven een spoor waar elektrische treinen rijden?
- Waarom moest een machinist goed opletten bij spoorwegovergangen?
- Welke Nederlandse stad was verbonden met Amsterdam door de allereerste spoorlijn?
Antwoorden
- 1839
- Amsterdam en Haarlem
- De Arend
- Kolen
- De stoker schepte kolen op het vuur en hielp de stoomlocomotief op druk te houden.
- De trein veilig besturen.
- De conducteur
- Stoppen.
- Door het grote gewicht en de snelheid van de trein.
- Aan de rook, stoom, het geluid en de grote locomotief.
- In een spoorboekje.
- Om een trein van het ene spoor naar een ander spoor te laten rijden.
- De dieseltrein.
- Elektrische aandrijving.
- Omdat hij de seinen, bochten, stations en andere belangrijke punten op het traject moest kennen.
- Water was nodig om stoom te maken.
- Het verplaatsen van locomotieven, wagons of rijtuigen op het spoor.
- Omdat de trein veel sneller was dan veel andere vervoermiddelen over land.
- De plaats naast het spoor waar reizigers wachten en in- en uitstappen.
- De machinist.
- De stoker.
- Water en brandstof, zoals kolen.
- Onder andere reizigers begeleiden en vervoersbewijzen controleren.
- Om de trein over een vaste en veilige route te laten rijden.
- Een boekje met de vertrek- en aankomsttijden van treinen.
- Om mensen en weggebruikers te waarschuwen.
- Bijvoorbeeld de paard en wagen, diligence of trekschuit.
- Een bovenleiding.
- Omdat daar wegverkeer en treinverkeer elkaar kruisen en extra oplettendheid nodig is.
- Haarlem. 🚂