Weekopening De Westerkim

Maandag 6 februari 2024

Gedragen tot in je ouderdom (n.a.v. Jesaja 46: 1-4)

 

1e lied: Psalm 103 :1 en 5 (LB)

Uit de Bijbel: Jesaja 46: 1-4 (NBV21/HSV)

 

1 Bel is gebroken, Nebo ligt geveld.

Eens droegen jullie hen plechtig rond,

maar nu zijn hun beelden voor de lastdieren,

een zware last voor uitgeputte beesten.

2 Ze zijn gebroken en geveld,

ze hebben zichzelf niet kunnen redden; (HSV; NBV21: beschermen)

hun beelden worden weggesleept.

 

3 Luister naar Mij, volk van Jakob

en al wat er van Israël nog over is –

van de moederschoot af door Mij gedragen,

door Mij gekoesterd vanaf de geboorte:

 

4 Tot in je ouderdom blijf Ik dezelfde,

tot in je grijsheid zal Ik je dragen. (HSV; NBV21: steunen)

Wat Ik gedaan heb, zal Ik blijven doen,

Ik zal je dragen en redden. (HSV; NBV21: steunen en beschermen)

 

Overdenking: Gedragen tot in je ouderdom (n.a.v. Jesaja 46: 1-4)

We hadden vorige week een kringontmoeting van onze kerk. Daar kwamen ook jonge ouders met hun 2 maanden oude baby Daan. Lekker ingepakt en slapend in een maxicosi. Precies zoals wij dat deden tussen 1998 en 2009 met onze 5 kinderen. Ik dacht: heerlijk om zo’n maxicosi dragen… Nog mooier: een baby in je armen… Ik dacht aan vroegere jaren terug: als we thuis kwamen van bezoek aan onze ouders, sliepen de kinderen in hun kinderstoeltjes. Zachtjes droegen we hen naar boven.

Misschien herkent u dat. Velen van u hebben kinderen en kleinkinderen. Als uw kleinkinderen weer kinderen krijgen, komen ze ook wel eens hier bij u. Prachtig! Misschien mag u uw achterkleinkind even vasthouden.

Ondertussen bent u stiekem blij, dat u hem of haar niet meer hoeft te dragen.

Wat vroeger gemakkelijk ging, gaat op uw oude dag wat minder.

Dragen en gedragen worden. Sommigen ervaren, dat hun benen hen niet meer kunnen dragen. Voor wie vroeger alles kon doen, is dat een moeilijke ervaring.

Je kunt je daar maar beter mee verzoenen, want boosheid helpt niets. Dan heb je ‘meer te dragen, dan God te dragen geeft’. Je accepteert dat je gedragen wordt: door zorgmedewerkers, die je ondersteunen of met een tillift helpen; door anderen én door God.

In ons leven hebben we veel gedragen: kinderen, boodschappen, lasten en lusten. Bij moelijke dingen zeggen we ook: “Dat moet je allemaal maar zien te dragen”.

Soms kon het je teveel worden: zorgen om gezondheid, werk, geld, familie, ziekte, een scheiding, verlies van een kind of kleinkind, enz. Onze draagkracht is eindig; eens wijken onze krachten, lichamelijk en geestelijk.

Je komt maar moeilijk vooruit. Voor sommigen in een rolstoel geldt dat letterlijk.

Hoe bemoedigend is dan wat we net gelezen hebben bij Jesaja 46. Daar geeft de HEER een geweldige belofte aan zijn volk: ‘Tot in je grijsheid zal Ik je dragen (NBV21: steunen)…, Ik zal je dragen en redden (NBV21: steunen en beschermen)’ (v. 4)

De HEER heeft Jesaja laten zien, dat alle goden waarop Israël vertrouwde, nepgoden waren. God keert zich tegen zijn eigen volk, dat in ballingschap was, omdat het afgoden had gediend van Babel. En nu profeteert Jesaja dat Babel is gevallen. Jesaja noemt twee van hun goden (v. 1): Bel, de oppergod van Babel, wiens naam ‘Heer’ betekende, en zijn zoon Nebo, de god van de wijsheid. Net als Babel had Israël godenbeelden van hen laten maken. Die hadden ze rondgedragen en vereerd, in de hoop dat die hen zouden redden en beschermen. Ze kwamen bedrogen uit… Hoe zo een ‘heer’, hoezo wijs?

De godenbeelden liggen er gebroken bij (v. 2). De ironie druipt eraf bij Jesaja: Zoals jullie die zware afgodsbeelden eerst zelf ronddroegen, zo worden die beelden nu kapot weggedragen door lastdieren! Ze zijn hen tot last… God spot ermee: kijk hoe onmachtig ze waren om Babel, Israël en zichzelf te redden!

Goed om vast te houden in onze tijd, waar de goden van Eigen ik en Eigen volk eerst ons ook niet redden. Laten we niet vertrouwen op mensen met de grootste monden, want die kunnen vallen. En ook niet op politieke partijen: grote partijen worden klein, kleine partijen worden groot. Partijen beloven lasten te verlichten, maar vaak worden lasten zwaarder. “Vest op prinsen geen betrouwen” (Ps. 146).

Hoe anders dan de goden toen en nu is de HEER! Niet wij kunnen of hoeven God dragen. Nee, zegt Jesaja: God heeft ons gedragen, al ‘vanaf de moederschoot’. (v. 3) Van kindsbeen aan ‘bood Hij zijn vaderlijke hand en trouwe liefde’ (LvdK 44:1). Die hand omvat ons héle leven. Niet alleen onze jeugd of de jaren dat we fluitend naar ons werk gingen en weer thuiskwamen in het gezin en nog werk deden voor de kerk of een vereniging.

Nadrukkelijk, 2x, is er sprake van ‘tot aan de ouderdom, tot in je grijsheid’. (v. 4) De HEER houdt van ons, koestert ons. Niet alleen toen we nog baby’s waren. Ook de rimpels en grijze haren van nu zijn Hem lief.

Hij laat ons niet in de steek, als we oud geworden zijn en minder kunnen (Ps. 71).

Hij torst ons. Hij heeft er een hele vracht aan, maar Hij kan en wil het.

 

Mensen moeten soms zeggen: “We houden de zorg voor man/vrouw/ouders niet meer vol. We dragen en redden ‘t niet meer.” Gelukkig dat de zorg er dan is.

Dat ze u ook – zo nodig – kunnen tillen met een tillift. Maar ook de zorg kan niet redden van aftakeling of dood. Hoe rijk, dat we dan mogen geloven in God!

Hij geeft nooit op, Hij draagt en redt ons, dag aan dag. En als de dood nadert, geeft Hij volkomen uitkomst (Ps. 68). Tot onze laatste snik zal gelden, wat we zongen (Ps. 103):

“Zoals een vader liefdevol zijn armen slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen God onze Vader, want wij zijn van Hem.”

 

Als u achterom ziet, wat ziet u dan? Heeft God uw weg geleid en u gedragen? Waren er momenten, waarop u niet verder kon, en er toch een weg openging? Vertrouw dan ook voor uw laatste levensfase op God; Hij laat niet los wat zijn hand begon.

Amen

 

Tip: lees ook eens Psalm 71, de psalm voor de ouderdom.

2e lied:  Psalm 71

Hartelijke groet, Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim