Weekopening Westerkim

Maandag 29 April 2024

“Heb jij Mij lief, Petrus?” (n.a.v. Johannes 21:15-17)

 

1e lied: lied 840: Lieve heer, Gij zegt ”kom” en ik kom

 

Uit de Bijbel: Johannes 21: 1-18 Jezus aan het meer

1 Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. 2-4 Simon Petrus en Tomas, Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee leerlingen gingen vissen, maar de hele nacht vingen ze niets. 4 Vroeg in de morgen stond Jezus op de oever; maar de leerlingen wisten dat niet. 5 Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6 ‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Toen zat er zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7 De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan … en sprong hij in het water.

8 De andere leerlingen … sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer honderd meter. 9 Aan land zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10 Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ 11 Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13 Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en ook van de vis. 14 Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.

15 Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ 16 Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ 17 en voor de derde maal vroeg Hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van Me?’ Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield. Hij zei: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen.

Overdenking: Heb jij Mij lief, Petrus?

Soms kun je onbedoeld een privégesprek horen tussen mensen. Je zit buiten, en iets verder zitten twee mensen te praten. Als het een beetje kleffe of flauwe praat is, denk je: dit wil ik niet horen. Een kuchje kan helpen om zo’n gesprek te stoppen.

In Johannes 21 zijn we ook getuige van een privégesprek. Jezus vraagt Petrus, of die van Hem houdt. Alleen zitten er nog 6 andere leeringen bij. Van zijn kant merk je dat Jezus in elk geval wél van Petrus houdt. Nu weet ik: het gaat hier om een andere liefde dan bij een huwelijk. Maar zo persoonlijk vragen aan iemand of die van Jezus houdt, dat lees je niet vaak. Misschien hebben de andere leerlingen zich ook wel ongemakkelijk gevoeld op dat moment. Als ik er bij was, had ik misschien wel even gekucht.

Toch staat dit intieme moment in de Bijbel, dankzij de Heilige Geest. Omdat wij dat blijkbaar nodig hebben; voor ons geloof en voor ons leven met de Heer. Want Jezus stelt die vraag aan Petrus, maar via hem ook aan ons.

Johannes 21 begint met Jezus’ derde verschijning aan z’n leerlingen sinds Pasen.

De leerlingen zijn weer op hun oude stek, het meer van Tiberias, waar ze vissers waren. 3 jaar terug had Jezus hen daar geroepen: ‘Volg mij, word vissers van mensen’. Het was het begin van een driejarig avontuur met Jezus. Het was onlangs uitgelopen op die bijzondere week onlangs van lijden en sterven én van de opstanding van Jezus. Het wonder ook: Jezus leeft, maar is er niet aldoor.

Petrus is met 6 andere leerlingen terug waar Jezus en de engelen hen wilde zien: in Galilea. Maar ja, wanneer zal Hij komen? Petrus stelt daarom voor, gewoon hun

oude werk te gaan doen: vissen. Hun leven lijkt terug bij af. Waar blijft Jezus?

Het vissen is niet zo succesvol: ze vangen niets. Dan roept er iemand van de waterkant: probeer het eens aan de andere kant. En warempel: het net is vol! Johannes, de leerling van wie Jezus veel hield, gaat het dagen: “Het is de Heer, Petrus!” En Petrus bedenkt zich niet, maar springt het water in, naar Jezus. En daar op de oever eten ze brood en geroosterde vis met Jezus. In een merkwaardige stille verwondering.

Pas ná de maaltijd neemt Jezus het woord. Hij richt zich tot Petrus, met z’n oude naam: Simon, zoon van Johannes. 3x ontlokt Hij hem een vraag. En wat voor één!

‘Heb je Mij (vurig) lief, meer dan de anderen?’ Heb je Mij lief? Houd je van Me?

Wonderlijk: 3x verloochende Petrus Jezus bij een kolenvuurtje, toen men hem vroeg of hij niet hoorde bij Jezus, diewas opgepakt. En nu, opnieuw bij een kolenvuurtje vraagt de opgestane Heer hem 3x: “Heb je Mij lief?”

Niet dat ‘t nù pas weer goed is tussen Jezus en Petrus. Al eerder had Jezus ook voor Petrus gezegd: Vrede zij jullie [Joh. 20:19-23]: er zit niets meer tussen hen.

Jezus kijkt hier niet naar Petrus’ verleden, maar naar zijn toekomst!

Hij moet Jezus’ kudde niet in de steek laten, maar liefdevol hoeden en weiden.

Jezus eerste vraag -Heb je Mij lief, meer dan de anderen hier? – heeft te maken met wat Petrus had gezegd vlak voor Jezus’arrestatie: ‘Al laat iedereen U in de steek, ik niet!’ Dat was opschepperij van Petrus, want ook hij vluchtte uit de hof Getsemane. Verlegen met Jezus’ vraag kan hij geen ja, maar ook geen nee zeggen. Toch bevestigt hij zijn liefde voor Jezus: “Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.”

Heb je Mij lief? Ja zeggen is gemakkelijker dan ja doen. We bedoelen ‘t net als Petrus ook wel goed, maar vaak kunnen we ‘t niet waar maken.

Maar laten we niet kijken naar onszelf, maar naar de Heer. Hij is opgestaan, in Hem is de Liefde opgestaan: de liefde van God voor zondige mensen. Onze zonden en grote woorden drukten op Goede Vrijdag Gods liefde weg.

Maar met Pasen brak Gods liefde door. En die liefde vraagt om een antwoord.

Jezus is de goede Herder die na Pasen zelf de verstrooide kudde opzocht en lief had. Zijn enorme liefde is voor Petrus de basis van zijn liefde voor Jezus. Petrus past wel op daar trots over te doen. Over een liefde, meer dan die van de anderen, rept hij niet meer. Liefde maakt niet trots, maar dankbaar!

Christus vraagt tot 3x toe aan Petrus: Heb je mij lief? De oude Petrus zou opgevlogen zijn na 3x: “Hou toch op, Heer, waarom pikt U mij er zo uit?”

Maar de nieuwe Petrus piekert er niet over: “Ja Heer, U weet alles. U doorgrondt en kent mij. U zag mijn falen en mijn tranen.

Maar ik zag uw liefde voor mij, hoe kan ik dan nee kunnen zeggen?!

Jezus geeft 3x een opdracht om voor zijn schapen te zorgen: Hoed MIJN schapen, De lammeren weiden: de jonge mensen in de kerk. De schapen hoeden: de kudde als geheel beschermen en behoeden tegen gevaar. De schapen weiden: zorgen dat de kerk geestelijk voedsel krijgt. Taken voor ambtsdragers, zeker. Maar ook voor ons, die zelf schapen van Jezus’ kudde zijn. Ook aan ons de opdracht om pastoraal, herderlijk te zijn naar onze kinderen en kleinkinderen, naar elkaar als broeders en zusters ook in dit huis. Want ook vandaag staat Christus a.h.w. voor ons, kijkt Hij ons aan en vraagt Hij U en mij: heb je Mij lief? Wat is daarop uw en mijn antwoord?

Amen.

2e lied: Gezang 371: 1,2, 3 en 4 – Evang. Liedbundel (= Opwekking 392)

 

 

Heb je Mij lief? Uit: Een vogel is er thuis – Verzamelde liederen Ria Borkent (2023)

Heb je Mij lief? Ben je meer dan ooit mijn vriend? Heb je alles voor Mij over, ook als ze van jou geloven dat je met Mij bent gezien? Weid mijn schaapjes.

Heer, U weet alles, alles van mij, hoe ik U volgde, mijn hoofd in de wolken, dolken van woorden stak in uw zij.

Hou je van Mij? Meer dan van de visserij? Laat de mensen dan maar komen als de vissen naar de stromen. als de schapen in de wei. Hoed mijn schapen. Heer, U weet alles, alles van mij, ook dat ik faalde – een schaap dat verdwaalde – maar U betaalde bloedig voor mij.

Hou je van Mij? Zou je herder willen zijn?

Zorg dan goed voor mijn gemeente onder toezicht van de hemel, onder leiding van de Geest. Weid mijn schapen. Heer, U weet alles, alles van mij, dat ik verdriet heb als ik U niet liefheb, dat ik uw vriend ben, nu en altijd.

 

Hartelijke groet van Klaas van Hoek, geestelijk verzorger De Westerkim